Fotolexicon, 12e jaargang, nr. 26 (december 1995) (nl)

Willem Diepraam

Frank van den Bosch

Extract

Fotograaf Willem Diepraam behoort tot de generatie die eind jaren zestig openlijk blijk gaf van onvrede met de maatschappij. Als fotograaf van het maatschappijkritische studentenblad Student groeide hij uit tot een professioneel en geëngageerd fotojournalist. Fotograferend voor Vrij Nederland zocht hij in de jaren zeventig naar scherpe tegenstellingen. Eind jaren zeventig brak hij met die wijze van informeren. Het eenzijdige en pamflettistische karakter ervan was hem gaan tegenstaan. Daarop werd zijn werk genuanceerder en raakte het persoonlijk gekleurd. In de jaren tachtig groeide zijn bekendheid en werd hij beschouwd als een belangrijke vertegenwoordiger van de Nederlandse documentaire fotografie. Omdat Diepraam zich eind jaren tachtig niet langer wilde conformeren aan heersende conventies binnen de (foto)journalistiek trok hij zich uit die wereld terug. Vanaf die tijd toont hij zich een generalist en werkt hij voor zichzelf.

Biografie

.

1944-‘56

Op 13 april 1944 wordt Willem Diepraam geboren in Amsterdam. Tussen 1946 en 1953 woont hij met zijn ouders in Arnhem, daarna vestigt het gezin Diepraam zich in IJmuiden. Het milieu waarin hij opgroeit bestempelt hij als burgerlijk en beschermend.

1957-‘62

Diepraam doorloopt het Gymnasium-A in Velzen. Door toedoen van de vader van zijn toenmalige vriendin wordt hij enthousiast voor het medium fotografie. In zijn vrije tijd maakt Diepraam onder meer portret- en landschapsopnamen en bekwaamt zich in het ontwikkelen en afdrukken.

1962-‘64

Diepraam schrijft zich in voor de studie medicijnen aan de Universiteit van Amsterdam en gaat in die stad wonen. Ondanks een grote inzet zakt hij tot zijn spijt voor een beslissend examen. Zijn studie medicijnen is dan definitief van de baan.

1962-ca.‘65

Geïnspireerd door zijn gymnasiale vorming gaat Diepraam in Italië en Griekenland op zoek naar overblijfselen uit de klassieke oudheid. In Italië wordt hij zeer getroffen door de schilderkunst uit de Renaissance. Hij verdiept zich in de ontwikkeling van de westerse schilder- en beeldhouwkunst en bezoekt de grote museale kunstcollecties in Europa. In die periode verzamelt hij ook schilderijen van Nederlandse naïeven en magisch realisten.

ca.1965

Diepraam pakt zijn fotoliefhebberij weer op.

1966

Aan de Universiteit van Amsterdam begint Diepraam aan de studie sociologie.

1967-‘80

Als lid van het Amsterdams Studenten Corps raakt Diepraam onder meer bevriend met Freek de Jonge en Bram Vermeulen. Samen met Johan Gertenbach vormen Bram en Freek het cabaretgezelschap Cabariolet. In hun eerste programma verwerken zij beeldmateriaal dat door Diepraam is gemaakt. Van 1968 tot 1980 vormen Bram en Freek het cabaretduo Neerlands Hoop. Het duo doet regelmatig een beroep op Diepraam: foto’s voor affiches, dia’s ter projectie bij voorstellingen en portretten.

1968-‘73

Als fotograaf raakt Diepraam actief betrokken bij het landelijke (kritische) studentenblad Student. Aanvankelijk doet hij verslag van studentenacties waaronder de Maagdenhuisbezetting in 1968. Onder invloed van zijn studie sociologie krijgt hij zicht op maatschappelijke processen en ontwikkelt hij zich tot een geëngageerd fotojournalist.

Daarnaast is hij voor Student enige tijd werkzaam als fotoredacteur.

vanaf 1970

Diepraam is werkzaam als freelance fotograaf.

1971

Diepraam ontvangt de Experimenteerprijs van de Gemeente Amsterdam.

Van de Amsterdamse Kunstraad krijgt Diepraam de documentaire foto-opdracht ‘Amsterdam voor het voorbij is’. Hij maakt opnamen in het Vondelpark, de Kinkerbuurt, Binnenhaven IJ, de Oostelijke Eilanden en de Haarlemmer Houttuinen.

Dolf Toussaint draagt Diepraam voor als deelnemer aan de GKf-tentoonstelling Jonge Fotografen.

ca.1971-‘85

Diepraam werkt in een vast samenwerkingsverband voor het weekblad Vrij Nederland. Vanaf september 1974 verzorgt hij regelmatig fotoreportages voor het Vrij Nederland Bijvoegsel.

1973-‘75

In gezelschap van Gerard van Westerloo, zijn vriend en schrijvende collega bij Vrij Nederland, maakt Diepraam enkele journalistieke reizen door Suriname. In een reeks artikelen in Vrij Nederland schetsen zij een beeld van de Surinaamse samenleving.

Na bewerking en toevoeging van extra foto’s wordt de reeks gebundeld in het boek Frimangron.

ca.1974

Diepraam begint met het verzamelen van foto’s. In eerste instantie legt hij zich toe op het verzamelen van foto’s uit de negentiende eeuw. Later vult hij zijn collectie aan met materiaal uit de twintigste eeuw.

1974

In het Stedelijk Van Abbemuseum in Eindhoven wordt een overzicht van Diepraams werk tentoongesteld, samen met foto’s van August Sander.

1975

Op verzoek van Lydia Oorthuys belast Diepraam zich met de afronding van het boek Klederdrachten. Door het plotseling overlijden van Cas Oorthuys in 1975 was het boek nog niet voltooid.

1976

Van uitgeverij Kosmos krijgt Diepraam de opdracht om de heruitgave van het boek Het Nederlandse landschap te illustreren.

Diepraam krijgt een documentaire foto-opdracht van de Stichting Amsterdams Fonds voor de Kunst. Hij houdt zich bezig met de thema’s ‘Bejaardenzorg’ en ‘Gemeentebestuur’.

1977

Bij een vliegtuigongeluk verliest Diepraam zijn vrouw en twee van hun drie kinderen.

1977-‘78

Samen met collega Gerard van Westerloo brengt Diepraam enkele bezoeken aan de Nederlandse Antillen. Zijn fotografische verslaglegging resulteert in twee reportages in Vrij Nederland en in zijn fotoboek The Dutch Caribbean.

1978

In het kader van de Percentageregeling maakt Diepraam in opdracht van de Rijksgebouwendienst een diptiek voor de Sociale Academie CISKA in Amsterdam.

Hij volgt Kors van Bennekom op als voorzitter van de GKf. Zijn voorzitterschap duurt slechts enkele maanden.

1979

In opdracht van het Comité Kinderpostzegels reist Diepraam naar Senegal om daar enkele hulpprojecten te documenteren en een kinderzegelserie te maken.

Diepraam organiseert de eerste Nederlandse fotoveiling bij Sotheby’s Amsterdam.

1979-‘81

Diepraam brengt verscheidene bezoeken aan de Sahellanden. In Vrij Nederland verschijnen hierover twee reportages. Later stelt Diepraam het boek Sahel samen.

1985

Uitgeverij Fragment brengt het fotoboek Willem Diepraam, Foto’s uit; het is een selectie van vijftien jaar fotografie van Diepraam.

1986

De Rijksgebouwendienst geeft Diepraam de opdracht om in het kader van de Percentageregeling een deel van het interieur van het Selectie Instituut in Utrecht te verlevendigen. Daartoe maakt Diepraam een serie wolkenluchten.

1986-‘88

Aan de Rijksakademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam is Diepraam docent fotografie voor de postacademische opleiding.

1987

Diepraam verkoopt een groot deel van zijn fotoverzameling (negentiende en twintigste eeuw) aan de Rijksdienst Beeldende Kunst in Den Haag.

1987-‘91

Diepraam stelt zijn diensten ter beschikking aan de Novib en Artsen Zonder Grenzen. Voor Artsen Zonder Grenzen documenteert hij projecten in Soedan, Oeganda en Nicaragua.

In opdracht van Novib brengt Diepraam enkele bezoeken aan Lima om er opnamen te maken voor de reizende Novib-tentoonstelling De jonge dorpen van Lima. Diepraam stelt de expositie samen in nauw overleg met Jurriaan Schrofer die de vormgeving verzorgt.

De tentoonstelling vloeit voort uit het Novib-project ‘Daklozen in de wereld’.

1988

In opdracht van Vrij Nederland verzorgt Diepraam in het Vrij Nederland Bijvoegsel een wekelijks terugkerende fotocolumn.

1988-‘91

Diepraam brengt een aantal bezoeken aan Lima. Hij maakt er opnamen voor een persoonlijk project dat vorm krijgt in zijn boek Lima.

1991-‘95

Aan de Koninklijke Academie in Den Haag verzorgt Diepraam als gastdocent masterclasses in de geschiedenis van de fotografie.

1992-‘93

Op het terrein van Hoogovens werkt Diepraam aan een serie verstilde (sfeer)beelden.

1994

In het kader van de Percentageregeling krijgt Diepraam van de Rijksgebouwendienst de opdracht tot het verlevendigen van een gevangenisinterieur.

1995

Van de Stichting Amsterdams Fonds voor de Kunst krijgt Diepraam een documentaire foto-opdracht. Hiertoe maakt hij opnamen rond de thema’s ‘Amsterdamse haven’ en ‘De stad bij nacht’.

Beschouwing

De documentaire fotografie kent in Nederland een sterke traditie. In die traditie wortelt ook het werk van Willem Diepraam, dat aanvankelijk een sociaal documentair karakter had. Hij behoort tot de generatie die eind jaren zestig blijk gaf van maatschappelijk engagement. In Diepraams oeuvre neemt de mens in zijn omgeving een centrale plaats in. Hoewel zijn werk een documentair karakter bleef dragen, raakte zijn fotografie vanaf eind jaren zeventig sterk gekleurd door persoonlijke en esthetische motieven. Betrokkenheid is voor Diepraam altijd bepalend geweest bij de keuze van zijn onderwerpen. Het was voor hem een belangrijke voorwaarde om goed werk te kunnen leveren. Hoewel Diepraam verschillende vormen van fotografie heeft beoefend (en nog steeds beoefent) lopen de foto’s waarop hij de medemens heeft vastgelegd als een rode draad door zijn oeuvre. Een opvallend aspect daaraan is zijn positieve kijk op de mensheid; een visie die doet denken aan de ‘human interest’ documentaire fotografie uit de jaren vijftig.

Door de vader van zijn vriendin kreeg Diepraam midden jaren vijftig belangstelling voor de fotografie. Naast portretfotografïe maakte hij in de omgeving van zijn woonplaats IJmuiden landschapsopnamen. In een tot donkere kamer omgebouwde badkamer oefende hij zich in het ontwikkelen en afdrukken van foto’s. Diepraams vroege foto’s passen in de romantische beeldcultuur die kenmerkend was voor de amateurfotografie in de jaren vijftig. Onder amateurs populaire fotobladen als Foto en Focus toonden in die jaren hoofdzakelijk geromantiseerde portretten en landschappen.

In 1956 bracht Diepraam in Amsterdam een bezoek aan de internationale documentaire foto-expositie Wij mensen (The Family of Man). De tentoonstelling maakte veel indruk en was voor hem een ‘eye opener’. Door de emotionele impact die de expositie op hem had, kwam hij tot het inzicht dat fotografie een krachtig en informatief medium is. Vanuit die wetenschap zou Diepraam in de jaren zeventig als geëngageerd fotojournalist op zoek gaan naar beelden die zijn boodschap zo duidelijk mogelijk konden overdragen.

Diepraams gymnasiale opleiding stond in het teken van de klassieke oudheid en was van indirecte invloed op zijn latere werk. Deze opleiding inspireerde hem tot een reis door Italië en Griekenland om daar kunstwerken uit het klassieke verleden te bekijken. In Italië raakte hij zeer geboeid door de schilderkunst uit de Renaissance. Hij verdiepte zich in de geschiedenis van de beeldende kunst en via de grote musea in Europa volgde hij het spoor tot in de twintigste eeuw.

Na zijn studie medicijnen aan de Universiteit van Amsterdam, die hij in 1964 noodgedwongen moest staken, volgde een oriëntatieperiode waarin hij vele bezigheden had. Hij pakte zijn oude liefhebberij fotografie weer op en zocht in zijn naaste omgeving naar onderwerpen. Zo maakte hij als lid van roeivereniging Nereus foto’s ter illustratie van de Almanak van het Amsterdams Studenten Corps. Nereus is namelijk gelieerd aan het Amsterdams Studenten Corps.

Diepraam sympathiseerde met de studentenprotesten in de jaren zestig. Hij nam regelmatig deel aan demonstraties en maakte daar opnamen van. In 1968 raakte hij als fotograaf betrokken bij het kritische studentenblad Student, waarvoor hij verslag deed van studentenacties. Inmiddels studeerde hij al enkele jaren sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Door die studie kreeg Diepraam zicht op maatschappelijke processen en breidde zijn fotografische werkterrein zich uit naar een groter deel van de samenleving. Doordat zijn betrokkenheid groeide, was er van een vrijblijvende hobby geen sprake meer. Begin jaren zeventig gaf Diepraam zijn studie op en koos hij voor een toekomst als professioneel fotojournalist. Van de inkomsten die hij uit freelance opdrachten verwierf, kon hij redelijk rondkomen. Een opinieblad waaraan Diepraam regelmatig werk leverde, was het weekblad Vrij Nederland. Het samenwerkingsverband dat hieruit ontstond, speelde een belangrijke rol in zijn verdere ontwikkeling als fotograaf. De eerste jaren werd Diepraam beïnvloed door zijn naaste collega Dolf Toussaint. Als geëngageerd fotojournalist stelde deze niet alleen belang in het overbrengen van een inhoudelijke boodschap maar ook in de kwaliteit van het beeld. Volgens Diepraam bezat Toussaint de gave om juist die beelden uit zijn werk te selecteren die boeiend genoeg waren om de actualiteit te overleven. Toussaints benadering sprak hem aan. Eind jaren zeventig werd dat duidelijk zichtbaar in zijn werk.

Het aantal afnemers van Diepraams werk nam begin jaren zeventig gestaag toe. Zijn fotografische ontwikkeling raakte in een stroomversnelling. Hij leverde werk aan kritische opiniebladen als Vrij Nederland, De Nieuwe Linie, De Groene Amsterdammer, TA/BK (later Wonen TA/BK), NVV-blad en Het Sociaal Werkersblad. Daarnaast illustreerde hij jaarverslagen van bedrijven (vaak in opdracht van de ondernemingsraad) en fotografeerde hij in opdracht van de VPRO en de VARA. Als veel van zijn generatiegenoten was Diepraam links georiënteerd en maatschappijkritisch ingesteld. Hij zag het als zijn taak om het publiek te informeren over sociaal en maatschappelijk onrecht. Verborgen machtsstructuren in de samenleving trachtte hij te ontrafelen. Hij zocht naar beelden met een duidelijke boodschap. Thema’s als arbeidsverhoudingen, minderheden en huisvestingspolitiek hadden zijn aandacht. Diepraam maakte achtergrondreportages en deed daarnaast aan actuele verslaggeving. Regelmatig bracht hij verslag uit van demonstraties en stakingen. De vele arbeids- en loonconflicten in de eerste helft van de jaren zeventig hadden zijn bijzondere belangstelling. Diepraam was in 1972 als een van de weinige journalisten getuige van de veelbesproken bezetting van de Enka in Breda. Uit de opnamen blijkt duidelijk dat zijn sympathie bij de underdog ligt; in dit geval de stakende arbeiders. Vanaf eindjaren zestig maakte het genre van de sociale documentaire een bloei door. Een toenemend aantal fotografen toonde interesse in maatschappelijke processen en gaf blijk van engagement. In de term ‘sociale fotografie’ werd een algemene typering gevonden voor het werk dat zij maakten. Van een officiële stroming is echter nooit sprake geweest. Naast Diepraam werden ook tijdgenoten als Dolf Toussaint, Han Singels en Koen Wessing tot de groep van sociale fotografen gerekend. Zij hadden met elkaar gemeen dat ze de samenleving een spiegel voorhielden in de overtuiging maatschappelijke veranderingen in gang te kunnen zetten. Diepraams foto’s bleven niet onopgemerkt: in 1971 ontving hij de experimenteerprijs van de Gemeente Amsterdam en in datzelfde jaar kreeg hij een documentaire foto-opdracht van de Stichting Amsterdams Fonds voor de Kunst. Rond het thema ‘Amsterdam voor het voorbij is’ legde Diepraam een jaar lang het leven in een aantal oude stadswijken vast. Hij richtte zich vooral op sociale misstanden, links-politieke activiteiten, alternatieve groeperingen en verwaarloosde buurten.

De redactie van Vrij Nederland liet vanaf 1977 wekelijks een thema bijlage verschijnen waarin ook ruimte was voor sociale achtergrondreportages. Voor de reportages werd een formule gehanteerd die het gewone als uitgangspunt had. Het dagelijks leven werd inspiratiebron bij het zoeken naar onderwerpen. Deze benadering diende om inzicht te geven in de verschillende aspecten en geledingen van onze samenleving. De reportages hadden een ‘human interest’-karakter en werden ondersteund door foto’s. De vaste Vrij Nederland-fotografen kregen geregeld de kans om zich een tijd lang in één onderwerp te verdiepen. Bert Nienhuis, Hans van den Bogaard en Willem Diepraam namen het grootste deel van de reportages voor hun rekening. Door toedoen van hoofdredacteur Rinus Ferdinandusse en Ursula den Tex was er midden jaren zeventig bij Vrij Nederland een fotovriendelijk klimaat ontstaan. In die tijd was Vrij Nederland het enige opinieblad waarin reportagefotografie serieus genomen werd. De foto’s werden niet aan- of afgesneden en de reportages kwamen min of meer tot stand op basis van gelijkwaardigheid tussen fotograaf en schrijvende journalist (en). Daarmee vervulde Vrij Nederland een voortrekkersrol in de opiniepers.

Door de nasleep van een tragisch vliegtuigongeluk, waarbij zijn vrouw en twee van hun drie kinderen omkwamen, kwam Diepraam begin jaren tachtig in een financieel onafhankelijke positie te verkeren, die hem als fotograaf meer bewegingsvrijheid verschafte. Voor Vrij Nederland maakte hij uitsluitend nog reportages. Van de journalistieke hand- en spandiensten die hij lange tijd voor het Vrij Nederland Krantenkatern had verricht, zag hij verder af. Naast zijn werk voor het weekblad hield hij zich bezig met persoonlijke projecten. Zijn publiek bestond voor een belangrijk deel uit de lezers van Vrij Nederland. In de tweede helft van de jaren zeventig had het weekblad een flinke groei doorgemaakt en begin jaren tachtig was het een veel gelezen opinieblad. Diepraams eigenzinnige reportagewerk daarin sprong in het oog. In de landelijke pers werden interviews met hem gepubliceerd en werd zijn werk geregeld besproken. Doordat Diepraam lange tijd aan Vrij Nederland verbonden is geweest, wordt zijn naam nu nog door velen met dit weekblad geassocieerd. Ondanks respect voor de fotografie hechtte de redactie van Vrij Nederland uiteindelijk toch meer belang aan het geschreven woord. Men was de mening toegedaan dat fotografie in hoofdzaak een illustratieve functie heeft. In die mening kon Diepraam zich niet vinden. Zijn eigenzinnige koers leidde steeds vaker tot aanvaringen. Omdat de tekenen van een progressiever fotobeleid uitbleven, maakte Diepraam in 1985 een eind aan het hechte samenwerkingsverband. In de jaren daarna verschenen er incidenteel nog reportages van hem in het Vrij Nederland Bijvoegsel en op verzoek plaatste hij in 1988 een jaar lang wekelijks een foto naar eigen keuze. Voorlopig was dat zijn laatste bijdrage aan Vrij Nederland.

Tussen 1973 en 1975 bracht Diepraam in gezelschap van zijn vriend en schrijvende collega Gerard van Westerloo verschillende malen een bezoek aan Suriname dat op weg was onafhankelijk te worden. Met het oog op die onafhankelijkheid stelden Diepraam en Van Westerloo belang in de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen in dat land. Het duo deed geregeld verslag van hun bevindingen in artikelen in Vrij Nederland. De reportages hadden een sterk ‘human interest’ karakter en hun opzet doet denken aan de reportages die later in het Vrij Nederland Bijvoegsel zouden verschijnen. Van Westerloo bewerkte de reportagereeks en met toevoeging van extra foto’s van Diepraam werd de serie gebundeld in het boek Frimangron (1975). De vormgeving was in handen van Jan van Toorn. Zijn bijdrage leverde een gelijkwaardig samengaan tussen tekst en foto’s op. De reportages van Van Westerloo werden door Diepraam met foto’s ondersteund in een stijl die onmiskenbaar de zijne was. In donkere en korrelige afdrukken schetste hij een somber beeld van de Surinaamse samenleving. Daarbij kwamen de religieuze riten en de marginale woon- en levensomstandigheden van de verschillende Surinaamse bevolkingsgroepen aan bod.

In de tweede helft van de jaren zeventig tekende zich in Diepraams werk een omslag af. Tot zijn teleurstelling had het politieke activisme van links weinig effect gehad en dreigde het te verzanden in dogmatisme. De simplistische tegenstellingen waarvan ook hij zich in zijn werk bediende, voldeden niet langer. Naar zijn mening deden zij geen recht aan de complexe werkelijkheid. Tegelijkertijd begon hij te twijfelen aan de kwaliteit van zijn beelden. De basis voor die onzekerheid lag in de confrontatie met het werk van August Sander (1876-1964). Onder de titel Konfrontatie 2 werd begin 1974 in het Van Abbemuseum in Eindhoven een overzicht van Diepraams werk tentoongesteld samen met dat van August Sander. De foto’s van Sander hadden een kracht die Diepraam imponeerde maar ook onzeker maakte. Hij begon zich in snel tempo te verdiepen in de geschiedenis van de fotografie. Vanuit die interesse ging hij ook foto’s verzamelen. Aanvankelijk betrof het foto’s uit de negentiende eeuw. Later breidde hij zijn verzamelactiviteiten uit naar de twintigste eeuw.

Diepraams eerdere inzichten maakten plaats voor nieuwe opvattingen. Het pamflettistische karakter van voorheen was verdwenen. De foto’s die hij nu maakte, beschouwde hij als persoonlijke producten die informatieondersteunend werkten. Zijn werk werd persoonlijker, genuanceerder en esthetischer. Diepraam beperkte zich niet langer tot het genre van de documentaire, journalistieke fotografie. In 1977 nam hij de opdracht aan om de herdruk van het boek Het Nederlandse Landschap te voorzien van nieuwe illustraties. Het was voor Diepraam een aantrekkelijke opdracht die hem tijdelijk verloste van een inhoudelijke verantwoordelijkheid. Vanuit die comfortabele positie gaf hij in zijn landschappen blijk van een voorkeur voor esthetiek en sfeer.

In opdracht van Vrij Nederland bracht Diepraam in 1977 en 1978 enkele bezoeken aan de Nederlandse Antillen, waar de wens om onafhankelijk te worden toen sterk leefde. Tijdens zijn eerste reis werd Diepraam weer vergezeld door zijn schrijvende collega Gerard van Westerloo. Bij zijn tweede bezoek was hij in gezelschap van journaliste Elma Verhey, die ook voor Vrij Nederland werkte. Het was hun doel om de lezers van Vrij Nederland meer inzicht te geven in de Antilliaanse samenleving en haar achtergronden. Zowel van Gerard van Westerloo als van Elma Verhey verscheen een reportage in het Vrij Nederland Bijvoegsel. Beide reportages werden ondersteund door foto’s van Diepraam, die getuigden van zijn meer genuanceerde visie. Scherpe tegenstellingen werden afgezwakt door daar alledaagse taferelen met een poëtisch en tijdloos karakter tegenover te zetten. Daarnaast waren de afdrukken licht van toon en was het gebruikelijke doordrukken in de hoeken en randen achterwege gelaten.

Dat Diepraams benadering persoonlijker was geworden, wordt nog eens onderstreept in zijn boek The Dutch Caribbean (1978). Daarin zijn foto’s opgenomen uit Frimangron, niet eerder gepubliceerde foto’s van Suriname en foto’s van de Antillen. Op grond van esthetische criteria had hij persoonlijke indrukken geselecteerd. Deze bestaan uit landschappen, portretten en documentaire beelden. Sommige landschapsopnamen springen er uit vanwege het minimale en ijle karakter dat ze hebben. Ze tonen niets dan licht, lucht, zand en water en lijken terloops tot stand te zijn gekomen. De nadruk ligt bij het afzonderlijke beeld. Er is een scheiding aangebracht tussen tekst en foto’s, het boek heeft ruime afmetingen en is van liggend formaat. De tekst beperkt zich tot een korte en sociaal bewogen inleiding door Gerard van Westerloo. The Dutch Caribbean is een persoonlijk document dat documentaire elementen bevat. Dat bleef niet onopgemerkt. Diepraams benadering werd afgekeurd door criticus Martin Schouten, die zich in zijn recensie in Haagse Post (23 december 1978) hard maakte voor de conventionele reportagefotografie. Schouten stelde dat een journalist dient te informeren en zich niet in moet laten met inhoudsloze beelden, waarmee hij doelde op Diepraams ijle landschappen.

Het Comité Nederlandse Kinderpostzegels gaf Diepraam in 1979 de opdracht om in Senegal foto’s voor een serie kinderzegels te maken en om er enkele hulpprojecten te documenteren. Zijn verblijf in Afrika inspireerde hem tot een persoonlijk project over de Sahel. In 1980 en 1981 bezocht hij de Sahellanden Mali, Opper-Volta en de Kaapverdische Eilanden. De impressies die hij opdeed, verwerkte hij in het boek Sahel (1982) dat een sterk documentair karakter heeft. De inleidende tekst werd geschreven door Kees Schaepman die de historische achtergronden belichtte en een somber toekomstbeeld schetste. De foto’s zijn voorzien van ondersteunende bijschriften en geven een beeld van het toenmalige leven in de Sahellanden. Diepraam beperkte de ellende tot een minimum en toonde voornamelijk alledaagse taferelen. Esthetische en poëtische elementen werden daarbij niet geschuwd. In Sahel rekende Diepraam af met de stereotiepe westerse kijk op een hongerend en zielig Afrika.

Diepraams lossere band met Vrij Nederland verhinderde redactielid Gerard van Westerloo niet om hem in 1988 de ruimte te bieden om wekelijks een foto naar keuze in het Vrij Nederland Bijvoegsel te plaatsen; een aanbod dat Diepraam graag aannam. Onder de kop ‘Diepraam’ verscheen er wekelijks een kleurenfoto full spread over twee pagina’s. Het waren weergaven van persoonlijke indrukken die hij dat jaar opdeed in plaatsen als Lima, Khartoum, Londen, Trinidad, Parijs, New York en Amsterdam. De reeks opnamen varieerde van romantische landschappen, ijle wolkenluchten, portretten, abstracte muur- en grondpatronen tot naakten en documentaire beelden. Aanvankelijk had Diepraam een aantal series in gedachten waarin cliché-elementen uit onze beeldcultuur als uitgangspunt dienden voor een persoonlijke benadering. De series moesten de lezers er bewust van maken hoe lui en stereotiep er doorgaans naar fotobeelden gekeken werd. Daarnaast wilde Diepraam aantonen dat persoonlijke inbreng een voorwaarde is voor het scheppen van kunst. Zijn plan was te starten met een serie van vijf naakten waarbij hij een opbouw van ‘onschuldig’ naar ‘full frontal’ in gedachten had. Na zijn eerste ‘naakt’ werd hem indirect duidelijk gemaakt dat men bij Vrij Nederland journalistieke producten van hem verwachtte en hij pastte zijn oorspronkelijke plan daarop aan. De uiteindelijke serie hinkte daardoor op twee gedachten. Diepraam was achteraf niet tevreden over het resultaat. Maar ook lezers en collega’s reageerden overwegend negatief op zijn fotocolumn. Een veelgedeelde mening was dat een journalist dient te informeren. Persoonlijk experiment werd daarbij niet gewaardeerd.

Diepraam voelde zich slecht begrepen en omdat hij weinig hoop had op verbetering keerde hij de journalistiek de rug toe. Vanaf die tijd werkt hij uitsluitend nog voor zichzelf.

Diepraam nam geen journalistieke opdrachten meer aan. Voor Artsen Zonder Grenzen en de Novib maakte hij echter een uitzondering. Om deze organisaties te steunen nam hij van hen opdrachten aan die hij op pro deo basis uitvoerde. De foto’s die hij maakte, hadden een ondersteunende functie. Voor Artsen Zonder Grenzen documenteerde hij in 1988 een aantal hulprojecten in Soedan, Nicaragua en Oeganda. In datzelfde jaar reisde hij voor de Novib naar Lima om er in de sloppenwijken opnamen te maken voor de tentoonstelling De jonge dorpen van Lima.

In het kader van een persoonlijk project bracht Diepraam in 1989 en 1990 opnieuw enkele bezoeken aan de sloppen van Lima. Hij zocht er op intuïtieve wijze naar beelden die spoorden met zijn levensvisie. Een aantal van die beelden diende vervolgens als bouwsteen voor een beeldgedicht dat in boekvorm uitkwam onder de titel Lima (1991). Het werd zijn meest persoonlijke boek. De inleiding wordt gevormd door twee korte citaten van Albert Camus waarin deze op filosofische wijze ingaat op de zin van het leven. Het daarop volgende fotodeel toont opnamen uit het dagelijks leven aan de rand van de stad. In een sfeer van tijdloosheid toont Diepraam dat achter de façade van het rauwe bestaan mensen schuil gaan; we kunnen onszelf erin herkennen. Daarbij bediende hij zich van subtiele visuele effecten, waarmee een spanning tussen vorm en inhoud ontstond. Om die spanning op te voeren schakelde hij de techniek in. Hij gebruikte een grootbeeldcamera en gaf zijn negatieven een fijne korrel waardoor er op zijn afdrukken een subtiel verloop in grijstinten te zien is. Het afstandelijke karakter van deze afdrukken staat in contrast met de onderwerpen die ze tonen.

Na het uitkomen van Lima reisde Diepraam opnieuw naar Peru. Hij maakte er stillevens van muren en affiches. Terug in Nederland ging hij daarmee verder. Het Hoogovenlandschap in zijn vroegere woonplaats IJmuiden was daarvoor een ideale omgeving. Met dit landschap groeide hij op en het is hem blijven fascineren. Nadat hij de directie van Hoogovens een voorstel had gedaan gaf die hem de opdracht om zijn plan te verwezenlijken. Gedurende een jaar (1993/1994) bezocht hij regelmatig het Hoogoventerrein om er opnamen te maken. Daaruit selecteerde hij tweeëntwintig foto’s voor zijn boek Landschap aan Zee (1995). Die titel refereert aan het bekende bedrijfsfotoboek Vuur aan Zee (1958, herdruk 1962) dat ook de Hoogovens als onderwerp heeft. Vuur aan Zee wordt algemeen beschouwd als een van de mooiste boeken binnen het genre van de bedrijfsfotoboeken uit de periode van de wederopbouw. Er werkten fotografen aan mee als Cas Oorthuys, Violette Cornelius, Ed van der Elsken, Paul Huf en Ata Kando. In Landschap aan Zee toont Diepraam beelden die van elke betekenis onthecht zijn. In uitgewogen composities speelt hij op subtiele wijze met elementen als licht, schaduw, structuur, beeldrijm, lijn- en vlakverdeling. Een rijke schakering aan grijstonen dient daarbij als basis. Het grauwe en naargeestige uiterlijk van het Hoogovenlandschap is door Diepraam getransformeerd tot een esthetisch genoegen. De poëzie die uit zijn beelden spreekt, wordt onderstreept door een gedicht van Remco Campert dat in het boek is opgenomen. Met Landschap aan Zee laat Diepraam wederom blijken dat esthetiek en sfeer bepalende elementen in zijn werk zijn.

Als journalist bekwaamde Diepraam zich jarenlang in het maken van portretten. Aanvankelijk werkte hij in een stijl die klassiek aandeed. De geportretteerden werden frontaal in het beeldvlak geplaatst waarbij een deel van het bovenlijf nog te zien was. Toen Diepraam eind jaren zeventig zijn koers wijzigde, werd dat ook zichtbaar in zijn portretten. Beeldvullende frontale close ups werden door hem zo uitgekaderd dat slechts een deel van het gezicht te zien is. Hiermee plaatste hij een kanttekening bij het heersende idee dat een beeldvullend portret iemands karakter weergeeft. Volgens hem was dat slechts een illusie. Hij nam de vrijheid om meer nadrukkelijk met de vorm te spelen.

Diepraam was zich als fotograaf vroeg bewust van het manipulatieve karakter van het medium fotografie. Van dit gegeven maakte hij als politiek bewust fotograaf dankbaar gebruik in een tijd dat nog weinigen twijfelden aan het waarheidsgehalte van foto’s. Stijlmiddelen als doordrukken, een grove korrel, fotomontages en beelduitsnedes paste hij bewust toe om de inhoud van de foto kracht bij te zetten. Tijdens het fotograferen liet Diepraam zich leiden door persoonlijke gevoelens als woede en verbazing. Dit gaf zijn foto’s een direct en spontaan karakter. Later werd de korrel van zijn negatieven fijner, kregen zijn afdrukken een lichtere toon en speelden vormelementen een nadrukkelijke rol in zijn werk. Diepraam creëerde daarmee bewust een spanning tussen vorm en inhoud. Dat deed hij ook door in zijn reportages het gebruik van zwart/wit film af te wisselen met kleurenfilm.

Als fotojournalist werkte Diepraam met een kleinbeeld spiegelreflexcamera. Om zijn beelden zoveel mogelijk kracht te geven, kroop hij dicht op zijn onderwerp. Daartoe gebruikte hij vooral de objectieven 28 mm en 135 mm, soms ook de 35 mm en de 80-200 mm zoomlens. Diepraam is autodidact. De ontwikkel- en afdruktechnieken die hij beheerst, zijn het resultaat van veelvuldig experiment. Het rauwe karakter van Diepraams afdrukken was kenmerkend voor de jaren zeventig en werd door hem verkregen uit negatieven met een grove korrel. Hiertoe belichtte Diepraam een Tri-X film van 400 ASA als 800 ASA. In de loop der jaren was Diepraam zeer vaardig geworden in het afdrukken van foto’s. De vaak wisselende kwaliteit van zijn negatieven had hem daartoe gedwongen; precisie in de opnametechniek is nooit Diepraams sterkste punt geweest.

De middelen waarmee Diepraam een spanningsveld tussen vorm en inhoud trachtte te creëren, beperkten zich niet alleen tot vormaspecten. Het omschakelen naar een fijnere korrel hoorde daar ook bij. De gedetailleerde beeldopbouw die erdoor verkregen werd, versterkte de dieptewerking. Bij de opnamen voor het boek Lima ging Diepraam nog een stap verder door met een grootbeeldcamera te werken. Vergeleken met de kleinbeeldfilm die hij doorgaans gebruikte, won hij daarmee aan scherpte en diepte. Dat gaf zijn foto’s een afstandelijker karakter. Die lijn zette hij voort. De afdrukken in Landschap aan Zee kenmerken zich door een fijne korrel en een rijke schakering aan grijstinten.

Begin jaren zeventig legde Diepraam zich toe op het verzamelen van foto’s. Hij wilde daarmee zijn eigen fotografie stimuleren. Van lieverlee kwam die ‘verzameldrift’ op zichzelf te staan. Omstreeks het midden van de jaren tachtig haakte hij af als intensief verzamelaar omdat de interessante foto’s onbetaalbaar voor hem werden als gevolg van sterk gestegen prijzen. In 1987 verkocht Diepraam het grootste deel van zijn belangwekkende verzameling aan de Rijksdienst voor Beeldende Kunst. De datering van de door Diepraam verkochte collectie loopt van circa 1850 tot circa 1970. De artistieke kwaliteit van de foto’s is van hoog niveau. Bij het deel uit de negentiende eeuw ligt het accent op de Engelse fotografie. Dit deel is inmiddels opgenomen in de fotocollectie van het Rijksmuseum in Amsterdam. Het deel met foto’s uit de twintigste eeuw is internationaler van opzet en concentreert zich op de eerste drie decennia; er zit een groot aantal Bauhausfoto’s bij. De Nederlandse fotografie is sterk vertegenwoordigd met werk uit de perioden van 1920 tot 1940 en van 1950 tot 1965. Dit deel van zijn verzameling is toegevoegd aan de fotocollectie van het Stedelijk Museum te Amsterdam.

Diepraams positie op jonge leeftijd als een van de vaste fotografen van Vrij Nederland en zijn spontane fotowerk spraken een jongere generatie fotografen sterk aan. Toen de fotografen Hannes Wallrafen en Michel Pellanders rond 1973 aan de Rietveld Academie hun opleiding begonnen, zagen zij en klasgenoten in Willem Diepraam hun grote voorbeeld.

Diepraam heeft een rol van betekenis gespeeld in een verandering in de aandacht van de kunstwereld voor fotografie. Deze ontwikkeling zette aan het eind van de jaren zeventig in Nederland in. Die aandacht richtte zich ook op het genre van de documentaire fotografie. Omgekeerd ontdekten veel documentaire fotografen het kunstcircuit. Naast de gebruikelijke reportages voor dag- of weekbladen was hun werk regelmatig te bewonderen in galeries en musea. Binnen deze ontwikkelingen werd het pad van de conventionele documentaire fotografie steeds vaker verlaten. Vormelementen en persoonlijke benadering speelden daarbij een nadrukkelijke rol. Diepraam verenigde als een van de eerste Nederlandse documentaire fotografen bovenstaande aspecten in zijn werk.

Diepraams bijdrage aan de Nederlandse fotocultuur gaat verder dan zijn activiteiten als fotograaf en als verzamelaar. Doordat hij jarenlang bouwde aan zijn collectie en daarvoor veel zag en las, maakte hij zich een ruime fotohistorische kennis eigen. Deze draagt hij graag uit. Hij heeft verscheidene fototentoonstellingen georganiseerd. Noemenswaard zijn de exposities die hij in het Amsterdams Historisch Museum opzette met het werk van respectievelijk Cas Oorthuys, Eva Besnyö en Carel Blazer. Deze exposities gingen vergezeld van een catalogus waarvoor hij zelf de tekst schreef. Daarnaast verzorgde hij aan de Koninklijke Academie in Den Haag masterclasses in de geschiedenis van de fotografie en gaf hij fotografie aan de Rijks Academie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Momenteel maakt Diepraam deel uit van het redactieteam dat voor het Prins Bernhard Fonds een reeks monografieën over Nederlandse fotografen begeleidt.

Documentatie

Primaire bibliografie

Pieter M. Riemens (tekst), Roodkapje in het Vondelpark. De geschiedenis van Roodkapje en de boze wolf. Een proeve van menselijkheid. Het Vondelpark-projekt 1971, Amsterdam (Buro’s Jongeren Service Limburg in samenw. met de Nederlandse Jeugd Gemeenschap Amsterdam) 1972 (serie: Trasreeks. Specials nr. 1).

Aad van Cortenberghe en Jeroen Terlingen (tekst), Enka Dossier: handboek voor bezetters, Utrecht etc. (Bruna) 1972.

Gerard van Westerloo (tekst), Frimangron. Suriname. Reportages uit een Zuid-amerikaanse republiek, Amsterdam (De Arbeiderspers) 1975.

J.T.P. Bijhouwer (tekst), Het Nederlandse Landschap, Amsterdam (Kosmos) 2de herz. en bijgewerkte dr., 1977.

Gerard van Westerloo (tekst), The Dutch Caribbean. Foto’s uit Suriname en de Nederlandse Antillen, Amsterdam, (De Arbeiderspers) 1978.

Vrouwen, in Mensen van Nu (maart 1978) 3, p. 43-46.

Vrouwen beslissen, in Mensen van Nu (april 1978) 4, p. 32-35.

Willem Diepraam en Jan van Toorn, 4 kinderzegels, 1979.

Kees Schaepman (inl.), Sahel. Foto’s van reizen naar Senegal, Mali, Opper-Volta en de Kaap Verdische Eilanden, Amsterdam/Antwerpen/Den Haag (Kosmos/Novib) 1982.

Gerard van Westerloo (inl.), Willem Diepraam. Foto’s/Photographs, Amsterdam (Fragment) 1985.

Diepraam [wekelijkse column: kleurenfoto die over 2 pagina’s is afgedrukt], in Vrij Nederland Bijvoegsel (9 januari 1988) 1 – (24 december 1988) 51/52.

Hans Appenzeller en H.W. Drutt, Hans Appenzeller 20 years/jaar, Amsterdam/New York (Helen Drutt Gallery) 1989.

Lima, Amsterdam/Den Haag (Fragment/Novib) 1991.

Willem Diepraam (tekst), Een beeld van Cas Oorthuys, Amsterdam (Fragment in samenwerking met het Amsterdams Historisch Museum) 1991.

Willem Diepraam (tekst), Een beeld van Eva Besnyö, Amsterdam (Fragment in samenwerking met het Amsterdams Historisch Museum) 1993.

Willem Diepraam (tekst), Een beeld van Carel Blazer, Amsterdam (Stichting Fragment Foto Foundation in samenwerking met het Amsterdams Historisch Museum) 1995.

Willem Diepraam (met gedicht van Remco Campert), Willem Diepraam. Landschap aan Zee. 22 Foto’s, Amsterdam (Focus Publishing) 1995.

foto’s in:

Student 21 mei 1968 – oktober/november 1973.

Zwartboek Maagdenhuis. Foto’s van W. Diepraam en E. van der Elsken, in Almanak Amsterdams Studentencorps 1970, p. 14-47.

Willem Diepraam zag het Maagdenhuis, in Jaarboek Algemene Studentenvereniging 1970, p. 41-51.

TA/BK 14 (juli 1970) – 22 (november 1972).

Wonen-TA/BK 1 (januari 1972) – 20 (oktober 1974).

Catalogus tent. De straat, Eindhoven (Stedelijk Van Abbemuseum) 1972.

Sociaal Werkersblad jaren zeventig.

NVV-blad jaren zeventig.

W. Woltz (tekst), Raamwerk. Een tentoonstelling van ramen, raamafsluitingen en gordijnen n.a.v. 50 jaar Weverij de Ploeg nv, z.p. (Eindhoven) (Lecturis) 1973.

Arbeid, een aflopende zaak?, Amersfoort (Werkgroep 2000) 1975 (serie: Katernen 2000, nr. 3).

Constance Nieuwhoff (tekst), Willem Diepraam en Cas Oorthuys (foto’s), Klederdrachten. Een reis langs de levende streekdrachten van Nederland, Amsterdam (Contact), 1976.

Edgar Cairo (samenstelling), Suriname wie ben je [gedichten], Amsterdam (De Populier) z.p. (1976) (serie: De Populier. Cahier no. 7).

Bert van Berkel e.a., Vluchthaven. Einde van een kinderhuis?, Amsterdam (J.A.C.) 1976.

NRC Handelsblad 28 maart 1978.

Catalogus tent. Nederlands landschap, Amsterdam (Canon Photo Gallery) 1979, ongepag.

Catalogus tent. Het Portret door 35 Nederlandse fotografen, Amsterdam (Canon Photo Gallery) 1980, ongepag.

Mensen van Nu jaren tachtig.

Onze Wereld juni 1980.

Zero 2 (september 1980) 5, p. 9.

Opzij 12 (november 1980) 11, p. 52.

Jan Schaefer e.a., Plan voor de steden, z.p. (De Trommel) 1981.

Haarlems Dagblad 17 maart 1982.

Freek de Jonge, De komiek. Een spel in vier bedrijven, Amsterdam (De Harmonie) 2de dr., 1983.

Constance Nieuwhoff (tekst), Willem Diepraam en Cas Oorthuys (foto’s), Klederdrachten, Amsterdam/Brussel (Elsevier) 1984 (idem engelse ed.: The Costumes of Holland, 1985).

Opzij november 1984, p. 52-53.

VPRO [radio- en televisiegids] (31 augustus 1985) 31.

Rinus Ferdinandusse (inl.), 24 uur Amsterdam. Foto’s van Hans van den Bogaard, Ad van Denderen, Willem Diepraam, Bert Nienhuis, Eddy Posthuma de Boer en Han Singels, Amsterdam (Meulenhoff/Landshoff) 1986.

de Volkskrant 4 januari 1986.

Em. Kummer e.a. (tekst), 50 Jaar Huis aan de Drie Grachten. Amsterdam 27 september 1986, Amsterdam z.j. (1986).

Haagse Post 23 januari 1988, p. 41.

De Tijd 2 september 1988, p. 23.

Rudy Kousbroek (tekst), 66 Zelfportretten van Nederlandse fotografen, Amsterdam/Den Haag (Nicolaas Henneman Stichting/Sdu) 1989, afb. 40.

de Volkskrant 10 juni 1989.

Artsen Zonder Grenzen. Hulppost 4 (december 1989) 5, omslag, p. 6-7, 11 (met foto’s).

Artsen Zonder Grenzen. Hulppost vanaf 1990 onregelmatige bijdragen.

Nico Wilterdink en Bart van Heerikhuizen (red.), Samenleving. Een verkenning van het terrein van de sociologie, Groningen (Wolters-Noordhoff) 3e herz. dr., 1993.

Man, vrouw, fitnesscentrum. Beeldverhaal van Willem Diepraam, in Vrij Nederland Document maart/april 1995.

in De Groene Amsterdammer.

8 juni 1968, p. 8.

14 juni 1969, p. 9.

1 november 1969, p. 1.

8 november 1969, p. 1.

22 november 1969, p. 3.

18 oktober 1970, p. 3.

14 november 1970, p. 9.

10 oktober 1970, p. 10.

21 november 1970, p. 3, 9, 12.

28 november 1970, p. 9.

26 december 1970, omslag.

30 januari 1971 – 11 december 1971.

15 januari 1972, p. 1.

29 januari 1972, p. 3.

4 maart 1972, p. 5.

30 mei 1972, omslag, p. 12.

29 augustus 1972, p. 9.

25 april 1973, p. 3.

5 december 1973, p. 9.

12 december 1973, p. 3.

23 januari 1974, p. 11.

28 februari 1974, p. 11.

10 juli 1974, p. 9.

11 februari 1976, p. 3.

24 maart 1976, p. 12.

in Vrij Nederland:

18 mei 1968, p. 13.

29 juni 1968, p. 7.

20 juli 1968, ongepag.

3 augustus 1968, p. 8.

8 november 1969, p. 7.

5 december 1970, p. 11.

20 maart 1971, p. 16.

24 april 1971, p. 23.

8 mei 1971 – 1 maart 1986.

18 oktober 1986, p. 6.

11 november 1989.

in Vrij Nederland Bijvoegsel:

2 maart 1974, p. 24-28.

28 september 1974, omslag, p. 1-18.

21 december 1974, p. 1, 38-39.

1 maart 1975, p. 25.

10 september 1977, omslag, p. 21-29.

10 december 1977, omslag, p. 3-11.

20 mei 1978, p. 2-3, 10-11.

3 juni 1978, p. 28.

1 juli 1978, omslag, p. 3-39.

8 juli 1978, omslag, p. 3, 5-6, 9-10, 13-14.

16 september 1978, omslag, p. 2-28.

10 februari 1979, p. 11.

17 maart 1979, omslag, p. 1-27.

7 juli 1979.

14 juli 1979, omslag, p. 2-13.

15 september 1979, omslag, p. 2-23.

3 november 1979, omslag, p. 3-15, 20-29, 31.

2 augustus 1980.

8 november 1980, omslag, p. 2-3, 8-12, 18-23, 26-37.

28 november 1981, omslag, p. 2-3, 6, 8, 11, 14, 19, 21, 27, 36.

13 februari 1982, p. 2-3.

8 mei 1982, omslag, p. 2-3, 7, 11, 13, 15, 19, 21, 23, 27-31, 35-39, 43-47, 51-53.

11 september 1982, omslag, p. 2-3, 5-6, 9, 14-16, 19, 22, 24-29, 32.

16 oktober 1982, p. 14.

6 november 1982, p. 21, 29.

4 december 1982, p. 2-3, 9, 15-16.

5 februari 1983, p. 6-7, 9-10,13-14,17-19.

12 maart 1983, omslag, p. 3-35.

14 mei 1983, omslag, p. 2-6, 13, 15, 18-19, 27, 34-35, 38-39, 41-44, 50.

3 september 1983, p. 2-3, 18-20.

17 maart 1984, omslag, p. 2-10, 15, 18-19, 23, 27, 33, 35.

28 juli 1984, p. 11, 19.

4 augustus 1984, p. 7, 29.

15 september 1984, omslag, p. 2-35.

29 september 1984, omslag, p. 2-7, 11-13, 18-23, 26-39, 42-47.

22 december 1984, p. 10-11, 32-33, 36-37.

26 januari 1985, omslag, p. 3-25.

30 maart 1985, p. 20.

6 april 1985, omslag, p. 2-7,13-16, 24, 27.

27 april 1985, p. 14-25.

15 juni 1985, omslag, p. 4-11.

27 juli 1985, p. 2,28-31.

24 augustus 1985, omslag, p. 2-16, 19, 23-24, 27-28.

31 augustus 1985, p. 14-17, 21.

26 oktober 1985, p. 5-7, 12.

16 november 1985, p. 2-24.

23 november 1985, p. 18.

14 december 1985, p. 10-13.

26 april 1986, omslag, p. 2-13, 16-19, 22-25 ,28-29, 32-33.

10 mei 1986, omslag, p. 3-27.

31 mei 1986, p. 18, 20, 26.

5 juli 1986, omslag, p. 3-39.

6 december 1986, omslag, p. 4-28.

11 april 1987, omslag, p. 8-23.

Secundaire bibliografie

Auteur onbekend, Mini-interview met Willem Diepraam, in Het Parool 16 januari 1973.

Auteur onbekend, Diepraam fotografeert Amsterdam nu. Mooie plekjes in hoofdstad vastgelegd voor nageslacht, in NRC Handelsblad 20 februari 1973.

Ruud Brouwers, Amsterdam voor het verdwijnt, in Wonen-TA/BK (maart 1973) 6, p. 5-9 (met foto’s).

Catalogus tent. Konfrontatie 2 [August Sander en Willem Diepraam], Eindhoven (Stedelijk Van Abbemuseum) 1974, p. 13-16 (met foto’s).

Willem K. Coumans, Willem Diepraam, in Foto 29 (januari 1974) 1, p. 24-27 (met foto’s).

Ton Frenken, Beeldinformatie over mensen, in Eindhovens Dagblad 12 januari 1974 (idem, in Nieuwsblad van het Zuiden 12 januari 1974).

wb, Statisch en dynamisch fotograferen. Willem Diepraam en August Sander, in De Groene Amsterdammer 16 januari 1974.

P.L. van der Vliet, August Sander en Willem Diepraam. Fotografie van twee generaties, in de Volkskrant 19 januari 1974.

Auteur onbekend, Feilloos. “Konfrontatie 2”, in Algemeen Dagblad 26 januari 1974.

Auteur onbekend, Sander en Diepraam: mens centraal, in NRC Handelsblad 1 februari 1974.

Auteur onbekend, Diepraam, in Haagse Courant 29 november 1974.

Bas Roodnat, Foto’s uit de West, in NRC Handelsblad 19 december 1974.

Bert Sprenkeling, Diepraam: een fotograaf met een mening. Foto-aankopen in Stedelijk, in Het Parool 19 augustus 1976.

Auteur onbekend, Fraai fotowerk over levende streekdrachten, in Eindhovens Dagblad 23 september 1976.

Catalogus tent. Foto’s voor de stad. Amsterdamse documentaire foto-opdrachten 1971-1976, Amsterdam (Amsterdams Historisch Museum) 1977.

F. Dobbrauski Jr., Wat een gedoe in de bedstee. Amsterdamse documentaire foto’s, in Elseviers Magazine 9 april 1977.

Catalogus tent. La fête. Rencontres internationales de la photographie, Arles juli 1978 (met foto’s).

Els Barents (red.), Fotografie in Nederland 1940-1975. Den Haag (Staatsuitgeverij)1978, p. 130-134, (biografie).

Marja Roscam Abbing, De Willem Diepraamstraat, in NRC Handelsblad 3 augustus 1978.

Anna Tilroe, Willem Diepraam, in Avenue (november 1978) 11, p. 224-225.

Martin Schouten, De plannen van Willem Diepraam: ‘Vijf miljoen en je hebt de toppen van de fotografie’, in Haagse Post 2 december 1978, p. 84-85.

Martin Schouten, Moed als esthetische kwaliteit. Fotografie: Van Alphen, Wessing en Diepraam, in Haagse Post 23 december 1978, p. 98-100.

Willem K. Coumans, Willem Diepraam. The Dutch Caribbean, in Foto 34 (januari 1979) 1, p. 36-41 (met foto’s).

Ton van der Stap, Willem Diepraam. Fotograaf, in De Nieuwe Linie 31 januari 1979, p. 15.

Max Pam, Willem Diepraam. Het moment. Foto’s met commentaar genoteerd door Max Pam, in De Revisor 6 (1979) 4, p. 42-49.

Bas Roodnat, Bajesmanifestatie besteedt aandacht aan gevangenen, in NRC Handelsblad 9 mei 1979.

Bas Roodnat, Het Nederlandse landschap wordt weer gefotografeerd, in NRC Handelsblad 18juni 1979.

Lorenzo Merlo, New Dutch photography/Hedendaagse fotografie in Nederland, Amsterdam/Antwerpen (Kosmos) 1980, p. 40-45.

Elmer Spaargaren, Fotojournalistiek, Sociale Fotografen en Mediastruktuur, in Nyckle Swierstra (voorw.), Sociale fotografie Studium Generale, Groningen (Rijksuniversiteit Groningen) 1981, p. 11-12.

Frits Oppenoorth, Interview met Willem Diepraam, in Frits Oppenoorth, Neerlands Hoop. 12 jaar Bram en Freek in zes hoofdstukken en zes interviews, Amsterdam (In de Knipscheer) 1981, p. 30-34 (met foto’s).

Catalogus tent. De stad in zwart/wit. 5 Jaar Amsterdamse dokumentaire foto-opdrachten, Amsterdam (Museum Fodor) 1981, p. 18-19, 34 (Skrien (juni 1981) 108, bijlage).

Marleen Kox, Verslag onderzoek fotoarchieven. (Samengesteld in opdracht van de Stichting Nederlands Foto-Archief), Amsterdam, juli 1981.

Fred Jansz, Het zaad dat in de vruchtbare bedding valt, in Foto 36 (augustus 1981) 8, p. 26-32 (met foto’s).

fl, Instrumenteel en esthetisch gebruik van de fotografie, in Fodor. Maandblad voor beeldende kunst in Amsterdam 1 (oktober 1981) 2, p. 9-11.

Steef Davidson en Frans van Burkom, Geen commentaar. Fotografen als ooggetuigen van agressie en geweld (catalogus), Amsterdam (Nederlandse Kunststichting) 1982, ongepag. (met foto’s).

R. Kruithof, Willem Diepraams angst voor een mooie foto, in NRC Handelsblad 11 november 1982.

Luuk Kramer, Geen commentaar, in Perspektief (lente 1983) 14, p. 6-9.

Fred Jansz, Willem Diepraam: Sahel, in Foto 38 (februari 1983) 2, p. 56-59 (met foto’s).

Carl De Keyzer en Mark Van Roy, Willem Diepraam. Sahel (interview), in XYZ Fotografie (september/oktober 1983) 3, p. 18-25 (met foto’s).

Mark van Gysegem, Willem Diepraam. Sahel (kritiek), in XYZ Fotograf ie (september/oktober 1983) 3, p. 25.

Els Barents (samenstelling), Zeven hedendaagse Nederlandse fotografen, in Catalogus tent. Foto ’84, Amsterdam (Stichting Amsterdam Foto) 1984, p. 56-61.

Catalogus tent. Zien en gezien worden. Fotografische zelfbespiegeling in Nederland van ca. 1840 tot heden, Nijmegen (Nijmeegs Museum ‘Commanderie van Sint-Jan’) 1984, p. 84.

Els Barents, Van afbeelden naar verbeelden, in Foto in vorm. Grafisch Nederland 1984, Amsterdam (Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen) 1984, p. 41.

Martin Schouten, Een wandeling door de tijd, in Foto in vorm. Grafisch Nederland 1984, Amsterdam (Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen) 1984, p. 81-91.

Auteur onbekend, Moeder tegen boek met foto dochter, in Het Parool 23 mei 1985.

Rolf Bos, Het mooist vormgegeven fotoboek in jaren, in de Volkskrant 25 mei 1985.

Ellen Kok, Willem Diepraam. “Ik heb geen illusies over de effekten van mijn foto’s”, in Foto 40 (juni 1985) 6, p. 22-26 (met foto’s).

A. Botman, Foto’s die je langer bezighouden, in Trouw 1 juni 1985.

Auteur onbekend, Fotoboek blijft in de handel, in Trouw 7 juni 1985.

Bert Sprenkeling, Willem Diepraam was ooit goed, in Het Parool 7 juni 1985.

Bas Roodnat, Zwaarmoedige wereld. Honderdzes foto’s van Willem Diepraam, in NRC Handelsblad 8 november 1985.

Werry Crone, Lin Tabak, De filosofie van fotograaf Willem Diepraam, in De Groene Amsterdammer 27 november 1985.

Remi van der Elzen, Willem Diepraam. Onthullend fotograaf, in Focus (november 1985) 11, p. 68-69.

Catalogus tent. Foto ’86, Amsterdam (Staatsuitgeverij) 1986, p. 148.

Mariëtte Haveman, Zwaar op de hand in een elegante, stevige stijl. Een losse selectie van Willem Diepraams foto’s, in Vrij Nederland/Boekenbijlage 25 januari 1986, p. 15-16.

Bas Roodnat, Een nieuwe visie op het onbekende. Tentoonstelling in Sittard met werk van veertien reizende fotografen, in NRC Handelsblad 31 juni 1986.

Willem K. Coumans, Ontdekkingsreizigers in Kritzraedthuis. Nederlandse fotografen op reis, in De Limburger 25 juli 1986.

Doris Grootenboer, Fotografen op reis. Gevarieerde expositie in Sittard, in Algemeen Dagblad 8 augustus 1986.

Margot de Jager en Mirelle Thijsen, Monumentale foto-opdrachten in Nederland, in Perspektief (juni 1987) 28/29, p. 113.

Hripsimé Visser, Documentaire en monumentale foto-opdrachten in Nederland na 1945, in Perspektief (juni 1987) 28/29,p. 115, 120.

Rinus Ferdinandusse, Marilyn Monroe. Vrij Nederland vraagt diverse personen naar hun favoriete Monroe-beeltenissen, waaronder Willem Diepraam, in Vrij Nederland Bijvoegsel 1 augustus 1987, p. 18-19.

Auteur onbekend, De keus van verzamelaar Willem Diepraam, in Trouw 1 juli 1989.

Mattie Boom, Oorlog en vrede. Thema en waardering van het fotoboek na 1945, in Mattie Boom (red.), Foto in omslag. Het Nederlandse documentaire fotoboek na 1945, Amsterdam (Fragment i.s.m. Rijksdienst Beeldende Kunst) 1989, p. 64, 122-125 (met foto’s).

Rik Suermondt, Van documentaire plaatwerk naar kunstenaarsboek, in Mattie Boom (red.), Foto in omslag. Het Nederlandse documentaire fotoboek na 1945, Amsterdam (Fragment i.s.m. Rijksdient Beeldende Kunst) 1989, p. 42 (met foto’s).

Rik Suermondt, Beeld en zetsel in wit, in Mattie boom (red.), Foto in omslag. Het Nederlandse documentaire fotoboek na 1945, Amsterdam (Fragment i.s.m. Rijksdienst Beeldende Kunst) 1989, p. 76 (met foto).

Auteur onbekend, Willem Diepraam. Korte biografie, in Nederlandse Kunst. Rijksaankopen 1984, Den Haag (RKD) 1990, p. 61-63 (met foto’s).

Rolf Bos, Diepraams subjectieve beelden van “woestijnstad” Lima, in de Volkskrant 24 augustus 1991.

Joost Divendal, Een vederlicht Sysifusbestaan, in Trouw 27 augustus 1991.

K. Gottlieb, Lima en de worsteling van Sysifus, in Het Parool 28 augustus 1991.

Katrien Gottlieb, Door Diepraam ‘geredde’ foto’s nu fel begeerd, in Het Parool 28 januari 1992.

Auteur onbekend, Geding Magnum tegen Diepraam, in NRC Handelsblad 25 april 1992.

Auteur onbekend, Magnum eist foto’s terug, in Het Parool 27 april 1992.

Auteur onbekend, Magnum eist oude foto’s terug van fotograaf Diepraam, in de Volkskrant 27 april 1992.

Auteur onbekend, Foto’s Diepraam verzegeld. Notaris bewaart door Magnum begeerd fotowerk, in Het Parool 1 mei 1992.

Auteur onbekend, Willem Diepraam. Korte biografie, in Nederlandse Kunst. Rijksaankopen 1991, Den Haag (RKD) 1992, p. 71-72 (met foto’s).

Catalogus tent. Amsterdamse documentaire foto-opdrachten 1972-1991, Amsterdam (Museum Fodor) 1992.

Auteur onbekend, Fotograaf geeft foto’s van Magnum terug, in NRC Handelsblad 27 april 1993.

Auteur onbekend, Artistieke impressie van Hoogovens, in Algemeen Dagblad 8 oktober 1993.

Ursula den Tex, Fotografen/Journalisten. Vijfentwintig jaar fotojournalistiek in Vrij Nederland, Amsterdam (AmsterdamUniversity Press) 1995, p. 5, 14-23, 25-51, 54-58, 70, 84, 87-104, 118, 120, 130, 136-139, 145 (met foto’s).

Taco Anema e.a. (red.), 50 jaar Fotografie. GKf 1945-1995, Amsterdam (De Verbeelding) 1995, p. 22-23, 94-97, 194.

Sjak Jansen, De opvoedende foto’s van VN, in Algemeen Dagblad 10 mei 1995, p. 25.

Auteur onbekend, Landschap aan Zee. Nieuw boek Willem Diepraam verschijnt bij Focus, in Focus 82 (oktober 1995) 10, p. 36-39 (met foto’s).

Eddie Marsman, Willem Diepraam. Landschap aan Zee, in NRC Handelsblad 7 oktober 1995.

Lidmaatschappen

GKf, 1973-1986.

Onderscheidingen

1971 Experimenteerprijs van de Gemeente Amsterdam.

Tentoonstellingen

1972 (e) Amsterdam, Floriade, Kind en leefmilieu.

1973 (g) Amsterdam, Nederlandse Kunst Stichting, Ooggetuigen (rondreizende tentoonstelling).

1973 (g) Amsterdam, Stedelijk Museum, Groepsfoto. Fotografen GKf.

1973 (g) Kerkrade, Kasteel Ehrenstein, Ooggetuigen.

1974 (e) Amsterdam, Buro GVN/GKf, Foto ‘s van Diepraam.

1974 (g) Eindhoven, Stedelijk Van Abbemuseum, Konfrontatie 2, foto’s van August Sander en Willem Diepraam.

1974 (e) Den Haag, Galerie Arta, Willem Diepraam, foto’s.

1975 (e) Velzen, Museum Beeckestijn, Willem Diepraam. Fotojournalist.

1976 (g) Amsterdam, Stedelijk Museum, (Foto-aankopen W. Diepraam, L. Friedlander en E. Posthuma de Boer).

1977 (g) Amsterdam, Amsterdams Historisch Museum, Foto’s voor de stad. Amsterdamse documentaire foto-opdrachten 1971-1976.

1977 (e) Amsterdam, Galerie Fiolet, Hollands landschap.

1978 (g) Amsterdam, Stedelijk Museum, Fotografie in Nederland 1940-1975.

1978 (e) Amsterdam, Galerie Fiolet, The Dutch Caribbean.

1978 (g) Arles, La fête (9èmes Rencontres Internationales de la Photographie).

1979 (g) Rotterdam, De Kijkkist, Bajesmanifestatie (mobiele expositieruimte).

1979 (g) Amsterdam, Canon Photo Gallery, Nederlands landschap.

1980 (g) Amsterdam, Canon Photo Gallery, Het Portret door 35 Nederlandse fotografen.

1980 (e) Londen, Photographers Gallery, Diepraam.

1981 (g) Amsterdam, Musem Fodor, De stad in zwart/wit. 5 jaar Amsterdamse documentaire foto-opdrachten.

1981 (e) Hoensbroek, Fotogalerie 68, Willem Diepraam. Van 1970 tot heden.

1982 (e) Amsterdam, Galerie Fiolet, Willem Diepraam – “Sahel”.

1982/1983 (e) Amstelveen, Exposorium Vrije Universiteit, Willem Diepraam. Sahel.

1982 (e) Leeuwarden, Museum Het Princessehof, Leven aan de rand van de woestijn.

1983 (g) Amsterdam, De Nederlandse Kunststichting, ‘Geen Commentaar’-fotografen als ooggetuigen van agressie en geweld (rondreizende tentoonstelling).

1983 (g) Amsterdam, Stedelijk Museum, 50 Fotografen in het Stedelijk.

1983 (g) Stockholm, Kultürhusit, Willem Diepraam en Peter Magubane.

1983/1984 (g) Nijmegen, Nijmeegs Museum Commanderie van Sint Jan, Zien en gezien worden. Fotografische zelfbespiegelingen in Nederland van ca. 1840 tot heden.

1984 (g) Amsterdam, Nieuwe Kerk, 7 Hedendaagse Nederlandse fotografen (Foto ’84).

1985 (e) Amsterdam, Olympus Gallery, Willem Diepraam – Foto’s/Photographs.

1985 (e) Amsterdam, Canon Photo Gallery, Willem Diepraam 1971-1983.

1985 (e) Leeuwarden, Pier Pander Museum, Willem Diepraam foto’s.

1986 (e) Sittard, Het Kritzraedthuis, Nederlandse fotografen op reis, een keuze.

1986 (g) Amsterdam, Stedelijk Museum, 100 Meter foto in het Stedelijk.

1986 (g) Amsterdam, Focus on Photography, 24 Uur Amsterdam (Foto ’86).

1987 (g) Baarn, Kasteel Groeneveld, Friese landschappen. Foto ‘s van Willem Diepraam, Allaard Hidding, Rob Nypels en Karl Gombault.

1987 (g) Leeuwarden, Museum Het Princessehof, Friese landschappen. Foto’s Willem Diepraam, Allaard Hidding, Rob Nypels en Karl Gombault.

1988 (g) Rotterdam, Galerie Perspektief, Portretten voor de media.

1989 (e) Amsterdam, Nieuwe Kerk, De jonge dorpen van Lima (reizende Novib-tentoonstelling).

1989 (g) Amsterdam, De Verbeelding, [zelfportretten van Nederlandse fotografen].

1991 (e) Amsterdam, RAI, Lima (Kunst RAI).

1991 (e) Lima, Nationaal Museum Lima, Lima.

1992 (g) Amsterdam, Museum Fodor, Amsterdamse documentaire foto-opdrachten.

1993 (e) Velsen, Museum Beeckestijn, Hoogovens.

1994 (g) Amsterdam, Stedelijk Museum, Persoonlijke keuzen van Eva Besnyö.

1995 (g) Milaan, Galeria Fac-Simile, Sipek voor Ajeto [Diepraam neemt glaswerk van Borek Sipek tot uitgangspunt].

1995 (g) Amsterdam, Galerie Speijer & Vogtschmidt, Landschappen aan zee. Willem Diepraam (foto’s) en Arnaud Beerends (objecten/schilderijen).

1995 (g) Rotterdam, Nederlands Foto Instituut, Lichtjaren. 50 Jaar GKf-fotografie.

Door Willem Diepraam samengestelde tentoonstellingen

1974 Amsterdam, Galerie Fiolet, Antieke portretfotografie.

1979 Leeuwarden, Museum Het Princessehof, Bill Brandt.

1979 Leeuwarden, Museum Het Princessehof, A. Kertèsz.

1979 Leeuwarden, Museum Het Princessehof, Moderne Franse fotojournalistiek. R. Dityvond, M. Franck en H. Gloaguen.

1982 Leeuwarden, Museum Het Princessehof, Samuel Bourne. Foto’s uit India.

1991 Amsterdam, Amsterdams Historisch Museum, Cas Oorthuys.

1993 Amsterdam, Amsterdams Historisch Museum, Eva Besnyö.

1995 Amsterdam, Amsterdams Historisch Museum, Carel Blazer.

Televisieprogramma’s

ca. 1972-’73 Het gat van Nederland (een documentaire van Pieter Verhoeff) (VPRO).

1985 (26 mei) Nederland C (Cees van Ede in gesprek met Willem Diepraam) (NOS).

Collecties

Amsterdam, Gemeentearchief.

Amsterdam, Rijksmuseum.

Amsterdam, Stedelijk Museum.

Amsterdam/Praag, Collectie Borek Sipek.

Den Haag, Rijksdienst voor Beeldende Kunst.

Leiden, Prentenkabinet van de Rijksuniversiteit Leiden.

Bronnen

Amsterdam, Stedelijk Museum, bibliotheek en documentatiebestand.

Leiden, Prentenkabinet, bibliotheek en documentatiebestand.

Utrecht, Frank van den Bosch (ongepubliceerde doctoraalscriptie kunstgeschiedenis: Willem Diepraam. Van fotojournalist naar fotograaf, Universiteit Utrecht, november 1994).

Utrecht, Maartje van de Heuvel, (ongepubliceerde doctoraalscriptie kunstgeschiedenis: Twintig jaar foto’s voor de stad. Amsterdamse documentaire foto-opdrachten 1971-1991, Universiteit Utrecht, oktober 1993, p. 22, 24, 28, 30).

Auteursrechten

De auteursrechten op het fotografische oeuvre van Willem Diepraam berusten bij Willem Diepraam te Amsterdam.