FotoLexicon, 4e jaargang, nr. 7 (september 1987) (nl)

Maria Austria

Carla van der Stap

Extract

Maria Austria, artiestennaam van Marie Karoline Oestreicher, heeft na de Tweede Wereldoorlog de podiumkunsten in Nederland met haar camera gevolgd en gedocumenteerd. Zij bezocht repetities en uitvoeringen van toneel, opera, ballet, dans, mime, cabaret en muziek. Eerst werkte zij in een samenwerkingsverband met andere fotografen binnen het fotocollectief Particam Pictures, na 1963 zette zij Particam alleen voort. Behalve theaterfoto’s maakte zij portretten van musici, acteurs, dansers, regisseurs en schrijvers. Het experimentele theater had haar speciale aandacht.

Biografie

.

1915

Marie Karoline Oestreicher wordt te Karlsbad, het huidige Karlovy Vary, in Tsjechoslowakije geboren.

1932

Na haar gymnasium afgerond te hebben gaat zij een fotografische opleiding volgen aan de Höhere Graphische Bundes Lehr- und Versuchsanstalt te Wenen, een gedegen foto- en grafische opleiding.

In Wenen gaat Maria werken bij een fotografe, van wie de naam niet bekend is. Maria is geboeid door avant-gardistische toneeluitvoeringen die zij regelmatig in kleine theaters in Wenen fotografeert.

1937

Na een voorlopig verblijf van een jaar in Nederland, bedoeld om het culturele en maatschappelijke leven in het ‘Westen’ te leren kennen, volgt een definitieve vestiging in Nederland, vanwege de toenemende politieke invloed die Duitsland inmiddels ook in Oostenrijk en Tsjechoslowakije doet gelden. Maria vestigt zich bij haar in Amsterdam wonende zuster Lisbeth. Zij gaat breimodellen fotograferen die Lisbeth ontwerpt. Hun bureau geven zij de naam ‘Model en Foto Austria’. Maria zal later haar artiestennaam hieraan ontlenen.

1942

De zusters moeten hun gezamenlijke bureau opgeven, omdat Lisbeth door de bezetter wordt opgepakt en naar Westerbork wordt gedeporteerd.

1943

Maria is genoodzaakt vanaf september onder te duiken. Vanaf dit jaar verblijft zij op verschillende adressen en werkt onder andere als verpleegster in het Portugees-Israëlitisch ziekenhuis te Amsterdam. In het verzet komt de langdurige vriendschap met acteur/regisseur Rob de Vries tot stand.

1944

Op het adres waar Maria ondergedoken zit, in de Vondelstraat in Amsterdam, leert zij Henk Jonker kennen, die zich bezighoudt met het vervalsen van persoonsbewijzen. Maria maakt pasfoto’s voor persoonsbewijzen en is tevens koerierster.

1945

In mei worden fotografen en filmers die in het verzet zaten, bijeengeroepen door Albert Helman (pseudoniem van Lou Lichtveld) om de bevrijding van Nederland met hun camera’s vast te leggen. Een aantal fotografen uit deze groep richten het fotobureau Particam (een samentrekking van de woorden Partizanen Camera) op. De deelnemende fotografen zijn: Maria Austria, Lood van Bennekom, Henk Jonker, Aart Klein, Paul Huf, Puck Voüte en Wim Zilver Rupe. Al snel zien enkele fotografen van samenwerking af en vormen Maria Austria, Henk Jonker, Aart Klein en Wim Zilver Rupe de harde kern van Particam. Zij vestigen het bureau op de Willemsparkweg in Amsterdam.

In dit jaar neemt Maria zitting in het bestuur van de GKf en vermoedelijk in hetzelfde jaar wordt zij lid van de Nederlandse Vereniging van Fotojournalisten.

1953

Henk Jonker en Maria Austria treden in het huwelijk. Beiden blijven wonen en werken aan de Willemsparkweg. De samenwerking tussen Maria en Henk Jonker wordt hechter; meer dan voorheen maken zij gezamenlijk opnamen van theateruitvoeringen.

Wim Zilver Rupe trekt zich terug uit Particam. Op initiatief van Aart Klein wordt de naam Particam veranderd in Particam Pictures.

1956

Aart Klein besluit voor zichzelf te gaan beginnen, zodat Maria Austria en Henk Jonker Particam samen voortzetten. Jonker fotografeert steeds meer opera- en balletuitvoeringen, terwijl Maria tevens muziekuitvoeringen van onder andere het Nederlands Kamerorkest en het Nederlands Kamerkoor voor haar rekening neemt. Beiden werken regelmatig als freelance fotograaf voor geëngageerde toneelgezelschappen als het Zuidelijk Toneel, Ensemble en Arena.

1963-1975

In 1963 gaan Austria en Jonker gescheiden leven. Maria zet Particam alleen voort en werkt intensiever dan ooit. In deze periode heeft zij een aantal leerling-assistenten, Vincent Mentzel, Jaap Pieper en Bob van Dantzig.

Maria zet zich in voor een juiste waardering en behandeling van de fotografie als volwaardige discipline. Zij houdt namens de GKf pleidooien bij het Ministerie van WVC voor onder andere een budget op de kunstbegroting.

Maria wordt ‘huisfotografe’ van het Mickery Theater, waar experimentele binnen- en buitenlandse theatergroepen optreden. Vanwege haar voorkeur voor het vernieuwende theater stoot ze het werk voor nagenoeg alle reguliere gezelschappen af. Dit geldt eveneens voor het klassiek ballet, dat zij inwisselt voor experimentele dans- en bewegingsgroepen. De producties van de Nederlandse Opera Stichting en de Holland Festivals blijft zij fotograferen.

1975

Op 10 januari overlijdt Maria Austria, kort nadat zij na een zware griep weer aan het werk was gegaan.

1976

De Stichting Fotoarchief Maria Austria-Particam wordt opgericht. De stichting heeft tot doel het archief van Maria Austria toegankelijk te houden en beijvert zich bovendien voor de totstandkoming van een Nederlands Fotoarchief. De baten die uit de stichting voortkomen worden mede gebruikt ter aanmoediging van fotografen en ter stimulering van de Nederlandse fotografie. Het Amsterdams Fonds voor de Kunst reikt om de twee jaar een prijs uit onder de naam van Maria Austria.

Beschouwing

Maria Austria’s fotografie heeft een krachtige uitstraling, die enerzijds ligt in de dramatische kwaliteit van de gefotografeerde onderwerpen, anderzijds in de werkwijze van de fotografe. De combinatie van fotografie en theater paste goed bij Maria Austria’s karakter; zij was fel, strijdbaar en zakelijk, maar ook zeer meelevend en collegiaal.

Maria’s opleiding in Wenen was aanvankelijk een voornamelijk technische. De Höhere Graphische Bundes Lehr- und Versuchsanstalt was een in 1888 opgericht instituut voor grafische vakken, dat van de aanvang af als ‘4e sectie’ een aparte fotoafdeling had. Leerlingen aan dit instituut kregen een vaktechnische opleiding.

Maria’s persoonlijke vorming vond veel meer plaats in haar praktijkjaren bij een Weense fotografe, bij wie zij de vrijheid kreeg theaters te bezoeken om toneeluitvoeringen te fotograferen.

Toen Maria in 1937 in Nederland haar vak ging uitoefenen had dat weinig met theater te maken. Zij fotografeerde de breiontwerpen van haar zuster Lisbeth, die een opleiding Weberei aan het Bauhaus gevolgd had. Voordien fotografeerde Eva Besnyö voor Lisbeth. De modefoto’s van Maria laten een zakelijke aanpak zien. Alle aandacht wordt gegeven aan de kleding, de achtergrond is egaal gehouden en de poses zijn door bijzondere camerastandpunten en verlichting met schaduwwerkingen niet saai, al was een wat statische houding nog gebruikelijk.

Na de oorlog maakte Maria enkele modereportages in opdracht van firma’s en ontwerpers. In de jaren vijftig situeerde ze de reportages soms op de grachten in Amsterdam en verplaatste daarmee de modefotografie naar buiten, evenals Emmy Andriesse dat deed. Maria Austria’s modefoto’s hebben niet de speelsheid van de toenmalige Nederlandse modefotografie, evenmin bevatten zij het anekdotische van bijvoorbeeld Emmy’s modefoto’s.

In de naoorlogse jaren was herrijzend Nederland een veel gefotografeerd onderwerp. De leden van Particam, waarvan Maria Austria, Henk Jonker, Aart Klein en Wim Zilver Rupe de harde kern vormden, gaven economische onderwerpen als beroepsuitoefening en ambachtelijke bedrijvigheid redelijk veel aandacht, maar de culturele opbouw had hun voornaamste interesse. De Particam fotografen maakten documentaire reportages over uiteenlopende onderwerpen die diepgaand en veelzijdig belicht werden. Deze reportages werden aan kranten en tijdschriften aangeboden. Tijdschriften als de Margriet en de Spiegel en het dagblad het Handelsblad publiceerden ze regelmatig. Maria Austria’s reportages onderscheidden zich van de andere door haar speciale belangstelling voor emoties en belevingen van de mensen die zij fotografeerde. In een reportage die zij maakte op een huishoudbeurs zien we bijvoorbeeld dat het haar vooral ging om de mensen die zich er vermaakten. Wanneer het nodig was, zoals bij reportages over beroepen of ambachten, combineerde zij menselijke betrokkenheid en zakelijke informatie op een inzichtelijke wijze.

Veel aandacht had zij voor vrouwen in hun woon- of werkomstandigheden. Zij liet mensen zo weinig mogelijk poseren en probeerde hen in opnamen te vangen op momenten dat zij zoveel mogelijk zichzelf waren: kinderen opgaand in hun spel, volwassenen tijdens hun werkzaamheden.

Behalve modefoto’s maakte Maria voor de oorlog als start van haar carrière ook portretten. Zij fotografeerde gezinnen en kinderen die veelal afkomstig waren uit kringen van emigranten. Na de oorlog werd zij, tengevolge van de specialisatie van Particam in theaterfotografie, de portretteur van vele acteurs, regisseurs, dansers, musici en cabaretiers. Deze portretten dienden voor publicatie in kranten, tijdschriften, programmaboekjes, op platenhoezen, of als publiekstrekker in de schouwkasten van de theaters. Al in de jaren veertig, toen dit in Europa nog geen algemene werkwijze was, maakte zij actieportretten van dirigenten waaruit inlevingsvermogen, improvisatietalent en opperste concentratie spreken. Maria nam plaats tussen de orkestleden of vlak naast de dirigent om vanuit die positie de gebaren en de gezichtsexpressies optimaal te kunnen waarnemen. Daarmee volgde zij dezelfde werkwijze als de in Amerika woonachtige Felix H. Man, een pionier in het fotograferen van dirigenten in actie.

Na 1945 vormde zich een nieuwe generatie theaterfotografen, die in tegenstelling tot gerenommeerde theaterfotografen als Godfried de Groot of Mies Rosenboom-Merkelbach, op locatie ging werken. De Particam fotografen Austria, Jonker en Klein behoorden hiertoe. Wim Zilver Rupe maakte zelden theaterfoto’s. In 1948 diende zich een andere belangrijke Nederlandse theaterfotograaf aan, Frits Lemaire. De concurrentie was echter niet groot, daar zowel Lemaire als Particam freelance voor vaste gezelschappen fotografeerden.

Maria Austria en Aart Klein kregen de gelegenheid om de eerste voorstellingen na de oorlog in de Stadsschouwburg in Amsterdam, opgevoerd door acteurs die zich niet hadden aangesloten bij de Kultuurkamer, te fotograferen. Dit werd voor de Particam fotografen een definitieve stap in de richting van de theaterfotografie. Austria, Jonker en Klein fotografeerden vanaf 1945 nagenoeg alle voorstellingen in de Amsterdamse Schouwburg en dat leidde bijna automatisch tot een uitbreiding van hun werkterrein naar het Concertgebouworkest, de Nederlandse Opera Stichting en de grote balletgezelschappen.

In de beginperiode van Particam maakten Klein en Austria ook veel fotoreportages van Amsterdamse uitvoeringen van circus en kleinkunst. Het werk dat Particam maakte week nog niet sterk af van de vooroorlogse theaterfotografie. Het beeld werd bepaald door een huiskamerdecor. Het was gebruikelijk dat de spelers verzocht werden een moment dat de fotograaf interessant vond, bevroren weer te geven. Een dergelijke opname wordt een ‘freeze’ genoemd. Men kan hier spreken van een geënsceneerde vorm van theaterfotografie. Wel waren de camerastandpunten gevarieerder dan voor de oorlog met het gevolg dat ook de vormgeving afwisselender was. In 1947 deed Aart Klein een technische vondst, die het de Particam fotografen in principe mogelijk maakte minder statisch te fotograferen in het theater. Hij vond een methode om onder moeilijke lichtomstandigheden zonder blits te fotograferen, door zijn met onderbelichting opgenomen langzame films geforceerd (met hogere temperatuur) te ontwikkelen. Toch bleven de Particam fotografen nog tot in de jaren zestig op de traditionele wijze werken. Er was namelijk geen dwingende reden om de werkwijze te veranderen. De dagbladen vroegen foto’s waarop de spelers herkenbaar waren en de hoofdrolspeler bij voorkeur een essentiële plaats innam.

In de loop van de jaren wijzigden zich de fotografische inzichten van Austria, Jonker en Klein. Een belangrijke factor die meespeelde was de repertoirekeuze van Toneelgroep Theater te Arnhem. Maria had een grote binding met dit gezelschap door haar vriendschap met Rob de Vries, die het gezelschap leidde. Vanaf 1953 ging Toneelgroep Theater geëngageerd eigentijds toneel brengen en introduceerde schrijvers als Beckett en Ionesco. Deze toneelstukken waren absurdistisch van aard en vroegen om een geheel andere uitvoering dan het conventionele drama. Het doorgaans egaal verlichte toneel kreeg nu sterk plaatselijke belichtingen met zware schaduwwerkingen die de spelers accentueerden. Er ontstond daardoor een plastisch en tevens abstract werkend toneelbeeld. Deze inhoudelijke en formele wijzigingen op toneelgebied lieten hun sporen na in de fotografie van Maria Austria. De expressie van de acteur werd een essentieel element in haar fotografie en doordat zij tussen de spelers op het toneel ging staan – zij zat de spelers als het ware op de huid – werd haar fotografie levendiger en indringender. In de jaren zestig werd Maria geboeid door nieuwe vormen van theater. De kritiek die internationaal door vele kunstenaars werd geleverd op het elitaire karakter van de cultuur en het materialisme als levenshouding, had effect op de theaterkunst. De inhoud van een toneelstuk werd van primair belang en mimiek en lichamelijke expressie werden benadrukt. Het mythische beeld van de glamourartiest en de acteur als idool verdween. Mede onder invloed hiervan kreeg de theaterfotografie van Maria een dynamisch en brutaal karakter.

Maria was een zeer trouw bezoekster van het Mickery Theater, waar nationale en internationale avant-garde groepen hun opwachting maakten en zij fotografeerde nagenoeg alle voorstellingen. Na haar kennismaking met het vernieuwende theater, ook wel Marge-theater genoemd, kon Maria zich nog slechts met moeite inleven in het gewone toneelrepertoire. Ze zei hierover in een interview in december 1972: „Ik heb het gevoel dat de laatste drie, vier jaar interessanter waren dan de voorgaande vierentwintig”.

In de laatste jaren van haar leven maakte zij zich als fotografe sterk voor het sociaal-politiek getinte theater dat zich begin jaren zeventig in Nederland in een grote belangstelling mocht verheugen. Maria fotografeerde voorstellingen van het Werktheater, Proloog, Baal en Sater. Zij gaf bijzondere aandacht aan het vormingstoneel van Proloog door reportages te maken van manifestaties, vergaderingen en opvoeringen van dit gezelschap. Ze trachtte de essentie van het spel van Proloog zo goed mogelijk weer te geven door te kiezen voor een sobere opstelling in haar fotografie. Een persoonlijke inbreng door middel van een opvallende vormgeving liet zij achterwege en zij koos voor een objectieve registratie.

Sommige nieuwe vormen van theater en dans volgde Marie op de voet. Zo was zij gefascineerd door de Stichting Eigentijdse Dans, met als belangrijkste danseres Ellen Edinoff, waarvan zij bijna alle uitvoeringen fotografeerde. Maria bleef als ‘vaste’ freelance fotografe aan de Nederlandse Opera Stichting verbonden. Zij hield van dit werk, voornamelijk vanwege de muziek en minder vanwege het schouwspel. Analoog aan de vorm van dit soort theater dat in het algemeen klassiek en traditioneel is, fotografeerde Maria deze voorstellingen op conventionele wijze. Wanneer de opera echter als een multimedia show of met vernieuwende elementen werd uitgevoerd, bracht zij dit op creatieve wijze in beeld.

De Holland Festival voorstellingen waren en zijn doorgaans esthetische spektakelstukken en de foto’s die Maria van deze voorstellingen maakte, hebben een vergelijkbaar esthetisch karakter: uitgebalanceerde composities, een perfecte verdeling van lichtgradaties en een gepaste monumentaliteit. Gedurende de Holland Festival maand was Maria, met de assistent die zij op dat moment had, dag en nacht in de weer om foto’s te maken en ze bij de kranten af te leveren voor de volgende editie; veel foto’s werden naar het buitenland doorgespeeld. De Nederlandse Opera en het Holland Festival waren de kurken waarop haar bestaan de laatste jaren dreef. Maria’s werkzaamheden voor het Holland Festival kwamen zo regelmatig in de publiciteit dat men haar op den duur zelfs met het Holland Festival identificeerde.

De fotografische inzichten van Maria Austria wijzigden zich vanaf de jaren vijftig niet alleen onder invloed van de veranderingen in de theaterkunsten, maar ook van de internationale ontwikkelingen op fotografisch gebied. De Subjectieve Fotografie werd vanaf 1951 gepropageerd en verwoord door de Duitse fotograaf Professor Otto Steinert. De richting die hij en zijn aanhangers aangaven, was niet gebaseerd op een bepaald stijlprincipe; alles ‘mocht’ in feite, als het maar werd ingegeven door persoonlijke vormwil. Wel hanteerde men met nadruk nieuwe of vernieuwde technische en formele beeldmiddelen, zoals solarisatie, reductie van grijstonen, sterke ritmering, krachtig lijnenspel en weergave van beweging, al dan niet gesuggereerd. Met uitzondering van de solarisatie ziet men deze beeldmiddelen ook in de fotografie van Maria Austria verschijnen.

De vroege interesse van Maria Austria voor het werk van Ed van der Elsken wijst erop dat zij zijn werkwijze, de zware contrasten, het zwart, het nabije contact met het onderwerp en de weergave van beweging, waardeerde. Hierdoor geïnspireerd ging Maria de contrastwerking in haar fotografie uitdiepen met als resultaat zwartfluwelige afdrukken.

De foto’s die zij in de jaren zestig maakte van avant-garde groepen die in het Mickery Theater optraden, kunnen op een lijn gesteld worden met de expressionistische fotografie van contemporaine fotografen als Gerard Fieret en Ralph Prins. Evenals dezen maakte Maria gebruik van zeer gevarieerde blikrichtingen, paste een sterke afwisseling van scherpte en onscherpte toe en drukte grofkorrelig af.

Tot in de jaren zeventig gebruikte Maria altijd een Rolleiflex, waarom zij een kastje had gebouwd om zo geruisloos mogelijk te kunnen fotograferen tijdens de voorstellingen. Lampen en statief gingen altijd mee. Pas in de laatste jaren ging ze over op kleinbeeld en fotografeerde uit de hand. Maria bezat de ervaring en intuïtie om onder moeilijke lichtomstandigheden zonder belichtingsmeter te werken. Ook het afdrukken gebeurde intuïtief en perfect. De kranten plaatsten haar foto’s graag. Haar leerlingen hebben vooral technische vaardigheden bij haar opgedaan.

Maria Austria drukte bijna altijd op glanzend papier, wat een heldere foto opleverde. Haar foto’s bereiken een optimale scherpte. Van selectieve scherpte werd nauwelijks gebruik gemaakt; van voor tot achter op het toneel was alles duidelijk waarneembaar. Alleen bij scènes ‘a deux’, die in de jaren vijftig nog gebruikelijk waren in de theaterfotografie, werd de achtergrond minder scherp gefotografeerd. De scènes werden gefotografeerd met eigen belichting en daardoor weken de mise-en-scène en de schaduwpartijen af van de situatie tijdens de voorstelling. In haar latere werk maakte Maria gebruik van bestaand licht en snelle films.

Maria Austria bracht verandering in het statische karakter en de glamoursfeer van de Nederlandse theaterfotografie. Gedurende dertig jaar heeft zij met haar fotografie de vinger aan de pols gehouden van de nieuwste theaterontwikkelingen in Nederland en in het buitenland. Zij gaf de theaterfotografie door de specialisatie die zij er van maakte een eigen gezicht en een eigen status.

Documentatie

Primaire bibliografie

foto’s in:

Diverse dagbladen als Het Handelsblad, NRC-Handelsblad, Het Parool, Trouw, De Volkskrant, de Waarheid en in regionale dagbladen.

Geïllustreerde bladen als Beatrijs, Concertgebouwnieuws, Elsevier, De Groene Amsterdammer, Haagse Post, Hervormd Nederland, De Katholieke Illustratie, Libelle, Margriet, Nieuwe Revu, Operajournaal, Panorama, Preludium, Princes, Romance, De Spiegel, De Tijd, Vrij Nederland, De Week in beeld.

Folders en programmaboekjes voor cabaretgroepen, theater- en balletgezelschappen en schouwburgen.

Kalenders voor circus en opera.

Theaterjaarboeken, balletjaarboeken en operajaarboeken.

Radio- en televisiebladen VPRO, AVRO Televizier, KRO.

Het Kermisblad, ca. 1940-’60.

Het Toneelschild, 1945-’57.

Het Toneel, 1957-’65.

Mickery Mouth, 1965-’72.

Toneel Teatraal, 1972-’75.

Jurriaan Schrofer e.a., Foto ’48. Tentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam (Speciale editie van de Kroniek voor Kunst en Kuituur), Amsterdam (Contact) 1948.

Bruno Walter, Thema en Variaties. Autobiografie. Herinneringen en gedachten, Amsterdam/Antwerpen (Van Ditmar) 1948.

Catalogus tent. 9e Salon Albert 1er, Charleroi 1951.

Catalogus tent. Fotoschouw ’52, Den Haag (Gemeentemuseum) 1952.

Catalogus tent. Young European photographers, New York (Museum of Modern Art) 1953.

Eric van der Steen, Alkmaar, Amsterdam (De Bezige Bij) 1954.

Bert Schierbeek, Kijkprikkels (november/ december 1958) 231, p. 16, 27, 49.

Dag en Nacht, vijftig stadsfoto’s van ‘s ochtends tot ‘s avonds met gedichten van Lucebert, Forum 12, 1959-’60, Hilversum,

Baarn (Het Wereldvenster) 1960.

Willem O. Duys, Muzikanten van nabij,

Baarn (Het Wereldvenster) 1960.

Music in Holland, Amsterdam (Meulenhoff) 1960.

Bernard Gavoti, Szymon Goldberg (les grands interprètes), Portraits de Maria Austria, Genève 1961.

Han Hoekstra, Dag Amsterdam, Amsterdam (N.V. Het Parool) 1961, p.51, 55, 63, 71, 73, 98, 99, 106, 130.

Jubileumuitgave Toneelgroep Theater 1953-1962, Amsterdam (De Bezige Bij) 1962.

Haagsche Courant 13 september 1966.

Revue (3 sept. 1966) 37, omslag, p. 26-29.

Avenue (december 1968) 12, p. 90-95, 97.

Catalogus tent. Theater in blik. Een tentoonstelling van theaterfotografie, Amsterdam (Toneelmuseum) 1969.

Cultuur van de jaren zestig, uitgave van Onze Jaren, 1945-1970, (oktober 1973) 88, Berchem (Het Spectrum).

Opera kalender, (Nederlandse Opera Stichting) 1974.

Avenue (februari 1974) 2, p. 75.

Calico, Amsterdam (Stichting Eigentijdse Dans) 1974.

Monteverdiweken, Den Haag (Gemeentemuseum) januari 1974.

Alfred Hoffman, Repère muzicale, Bucuresti, 1974.

H. Peekel, 70 jaar Carré, Amsterdam, 1977.

Aktion Deutsch, Amsterdam (W. Versluys) 1978.

Kunstschrift Openbaar Kunstbezit 22 (1978).

Janny de Jong, Elly Ameling, Vocaal avontuur, Bussum (De Gooise Uitgeverij) 1978.

Tony van Verre, Ko van Dijk (uit de serie Tony van Verre ontmoet), Bussum (De Gooise Uitgeverij) 1978.

Keso Dekker, Balletboek Hans van Manen, Amsterdam 1979.

Verlinden, Elseviers Groot muziekboek, Amsterdam 1979.

H. Lodewick, Ik probeer mijn pen, Amsterdam 1979.

Rudi van Dantzig, Olga de Haas, Zutphen 1981.

Eva van Schaik, Op gespannen voet, geschiedenis van de Nederlandse theaterdans vanaf 1900, Amsterdam 1981.

Keso Dekker (samenstelling), Hans van Manen + modern ballet in Nederland, Amsterdam (Bert Bakker) 1981.

Wim lbo, En nu de moraal, geschiedenis van het Nederlandse Cabaret 1936-1981,

Alphen aan den Rijn (Sijthoff) 1982.

Schipholland 6 (18 december 1982) 16, p. 12.

Jan Plekker, Albert van Dalsum, man van het toneel, Zutphen (Walburgpers) 1983.

Jan Kassies, Op zoek naar cultuur, Nijmegen (Socialistische Uitg.) 1980.

Kijk, Annie M.G. Schmidt, de schrijfster in beeld, Amsterdam (Querido) 1984.

Wolfgang Wangler, Bauhaus am Beispiel der Lisbeth Oestreicher, Köln (Verlag der Zeitschrift Symbol) 1985.

Annemarie Oster, Verder is er niet zoveel, Amsterdam (Rap) 1985.

M. Baroni en R. Dalmante, Bruno Maderna Dokumenti, (edicioni Suvini Zerboni) 1985.

Jan Blokker, ‘Wij zullen dan maar hopen dat we er met een kleiner bedrag afkomen’. Het Holland Festival en de Hollandse samenleving, Den Haag (Staatsuitgeverij) 1987.

Secundaire bibliografie

Auteur onbekend, Werk van fotografen, in De Week in Beeld (16 oktober 1948) 29.

W. van Ophuijsen, Photography is a language … Foto ’48 heeft ons iets te vertellen, in Foto 3 (1948) 11, p. 326-333.

Catalogus tent. Photo + Scène. Tweede internationale tentoonstelling voor theaterfotografie, 1953.

Auteur onbekend, 2e Internationale theater-fototentoonstelling ter gelegenheid van het Holland Festival 1953, in Focus 38 (27 juni 1953) 13, p.279.

Auteur onbekend, Europese fotokunst in New Yorks museum, in Het Parool 1 augustus 1953.

Peter Hunter, The GKf. A federation of photographers in Amsterdam, in Photography oktober 1958, p. 25-30, 61.

Auteur onbekend, Foto-expositie in het Stedelijk Museum te Amsterdam, in Foto 14 (februari 1959) 2, p.67.

Auteur onbekend, Kritische speurtocht. Hengelo, in Foto 15 (augustus 1960) 8, P-39Ï-392-

Th. Ramaker, Vliegende estheten. Henk Jonker en Maria Austria aan de Rivièra, in Focus 45 (20 februari 1960) 4, p. 93-95 (met foto’s).

Auteur onbekend, Dertig fotografen zwermden uit over Amsterdam, in Het Parool 16 september 1960.

Auteur onbekend, Drie vrouwen met een kiekkast. Maria Austria was 20 “keien” te erg, in Brabants Dagblad 21 november 1961.

Auteur onbekend, Foto-kerstsalon in Arti, Het Parool 18 december 1961.

Auteur onbekend, De mens in de lens. Fototentoonstellingen in Amsterdam, in Trouw 21 december 1961.

I. Jungschleger, De consequente beeldinformatie van Maria Austria, in Mickery Mouth (december 1972) 23, p. 10-12.

Bas Roodnat, Fiolet zet experiment met fotogalerie voort, in NRC Handelsblad 22 april 1974.

Auteur onbekend, Maria Austria overleden, in NRC Handelsblad 10 januari 1975.

Hans Heg, Fotografe Maria Austria in Amsterdam overleden. Verlies voor kunstwereld, in De Volkskrant 11 januari 1975.

Auteur onbekend, In memoriam Maria Austria, in Trouw 13 januari 1975.

Nic Brink, Een zwerfster in theaters en concertzalen, in De Groene Amsterdammer 15 januari 1975.

Auteur onbekend, Fotografie als kunst, in De Telegraaf 16 januari 1975.

W. Boswinkel, Maria Austria, een ontembare fotografe, in NRC Handelsblad 17 januari 1975.

Auteur onbekend, Expositie van foto’s van Maria Austria, in NRC Handelsblad 5 februari 1975.

Auteur onbekend, Foto-expositie van Maria Austria in het v. Gogh-museum, in De Volkskrant 5 februari 1975.

Hans Heg, Maria Austria, in tff. Maandblad voor audiovisuele communicatie maart 1975, p. 16-17 (met foto’s).

W. Boswinkel, Expositie als eerbetoon aan Maria Austria, in NRC Handelsblad 4 juni 1975.

Hans Vogel, ‘Een eigenzinnig mens’ bezeten van theater. Holland Festival foto’s van Maria Austria in Van Goghmuseum, in Het Parool 6 juni 1975.

Hans Heg, Maria Austria, in De Volkskrant 6juni 1975.

Auteur onbekend, Maria Austria, in Het Financieele Dagblad 13 juni 1975.

F. Densier, Bijvoorbeeld, in De Tijd 20 juni 1975.

Kees Nieuwenhuijzen (samenstelling), Maria Austria, Amsterdam (De Bezige Bij) 1976.

M. van Emde Boas, In memoriam Maria Austria, in De Journalist 1 februari 1976.

Bas Roodnat, Eer aan Maria Austria met indrukwekkend fotoboek, in NRC Handelsblad 26 oktober 1976.

Auteur onbekend, Maria Austria, in De Volkskrant 29 oktober 1976.

Willem Jan Otten, De ‘oja-ervaring’ en de toneelfoto. De foto’s van Maria Austria in een boek, in Vrij Nederland-boekenbijlage, 20 november 1976, p. 69.

Auteur onbekend, Maria Austria, in Foto 32 (januari 1977) I, p. 19.

Auteur onbekend, Theaterfoto’s van Maria Austria, in NRC Handelsblad 12 januari 1977.

Bert Sprenkeling, Twintig jaar kunst-foto’s. Werk van toneelfotografe Maria Austria in boek en Stedelijk Museum, in Het Parool 17 januari 1977.

Nic Brink, Foto’s uit de schemer van schouwburg en koncertzaal, in De Groene Amsterdammer 26 januari 1977.

Henk van den Anker, Theater-foto’s van Maria Austria, schouwburg-galerie Tilburg, in Nieuwsblad van het Zuiden 7 september 1977.

Auteur onbekend, Maria Austria’s theaterwerk, in Het Parool 9 november 1977.

Els Barents (red.), Fotografie in Nederland 1940-1975, Den Haag (Staatsuitgeverij) 1978.

Flip Bool en Kees Broos (red.), Fotografie in Nederland 1920-1940, Den Haag (Staatsuitgeverij) 1979, p. 96, 140.

Bas Roodnat, Expositie van foto’s Maria Austria, in NRC Handelsblad 9 maart 1979.

Tineke de Ruiter, Eva Besnyö, in Geschiedenis van de Nederlandse fotografie, Alphen aan den Rijn (Samsom) 1984 e.v.

Louis Zweers, Dolf Kruger, in Geschiedenis van de Nederlandse fotografie, Alphen aan den Rijn (Samsom) 1984 e.v.

Auteur onbekend, Subsidie voor archief van fotonegatieven op komst, in NRC Handelsblad 1 juli 1984.

Lidmaatschappen

Gkf, van 1945-1975.

Nederlandse Vereniging van Fotojournalisten.

Federatie van beroepsverenigingen van kunstenaars.

De Kring.

Lid van de Commissie van bestuur van de Stichting Amsterdams Fonds voor de Kunst (samen met André Lamoth, Jo Bokma, Eva Besnyö, Onno Meeter).

Onderscheidingen

Zilveren medaille Internationale triënnale

Theatre dans 1’art photographique, Novi

Sad, Joegoslavië, 1971.

Tentoonstellingen

1948 (g) Amsterdam, Stedelijk Museum, Foto ’48.

1950 (g) Eindhoven, Stedelijk van Abbemuseum, Vakfotografie.

1952 (g) Den Haag, Gemeentemuseum, Fotoschouw ’52.

1952 (g) Luzern, Kunsthaus, Welt-Ausstellung der Photographie.

1953 (g) New York, Museum of Modern Art, Post-war European Photography.

1953 (g) Wiesbaden, Stedelijk Museum, Photo + Scene. Tweede Internationale Tentoonstelling voor Theater-Fotografie (rondreizende tentoonstelling).

1954 (g) Utrecht, Jaarbeurs, Voorjaarsbeurs.

1955 (g) World Press Photo.

1958 (g) Amsterdam, Stedelijk Museum, World Press Photo ’57.

1958 (g) Leiden, Prentenkabinet der Rijksuniversiteit Leiden, Foto’s Gkf.

1958 (e) Amsterdam, Stedelijk Museum.

1959 (g) Den Haag, Gemeentemuseum, World Press Photo ’59.

1959 (g) Amsterdam, Stedelijk Museum, (foto’s uit eigen collectie).

1960 (g) Amsterdam, Stedelijk Museum.

1960 (g) Hengelo, Hengelose Kunstzaal, (77 foto’s uit de collectie van het Stedelijk Museum in Amsterdam).

1961 (g) Amsterdam, Arti et Amicitiae, 23e Nationale Foto Tentoonstelling (Kerstsalon) (rondreizende tentoonstelling).

1961 (g) Amsterdam, Stedelijk Museum, Dag Amsterdam.

1969 (g) Amsterdam, Toneelmuseum, Theater in blik.

1971 (g) Novi Sad, Joegoslavië, Internationale triënnale Theatre dans l’art photographique.

1973 (g) World Press Photo 1973.

1973 (g) Amsterdam, Stedelijk Museum, Groepsfoto.

1974 (g) Amsterdam, Fotogalerie Fiolet, Maria Austria en Edouard Boubat.

1974 (g) World Press Photo.

1975 (e) Amsterdam, Rijksmuseum Vincent van Gogh, In memoriam Maria Austria, theaterfotografe.

1975 (g) Amsterdam, Nederlands Theater Instituut, Gijsbrecht-tentoonstelling.

1977 (e) Amsterdam, Stedelijk Museum, Maria Austria.

1977 (e) Amstelveen, Cultureel Centrum, Maria Austria.

1977 (e) Tilburg, Schouwburg-galerie, Theater-foto’s van Maria Austria.

1977 (e) Hilversum, De Vaart, Maria Austria.

1977 (e) Arnhem, Gemeentemuseum, Maria Austria.

1978 (e) Eindhoven, Philips Ontspannings Centrum, Foto’s uit de collectie Maria Austria.

1979 (e) Alkmaar, De Vest, Theaterfoto’s van Maria Austria.

1986 (g) Amsterdam, Nederlands Instituut voor de dans, Dansfotografie 1947-1975.

1986 (g) Amsterdam, Nieuwe Kerk, Dans te Kijk.

1986 (g) Haarlem, De Vishal (Frans Halsmuseum), Het Spaarnestad Fotoarchief.

Bronnen

Amsterdam, Maria Austria Instituut.

Amsterdam, Nederlands Theater Instituut.

Leiden, Prentenkabinet, bibliotheek en documentatiebestand.

Collecties

Amsterdam, Maria Austria Instituut.

Amsterdam, Nederlands Theater Instituut.

Amsterdam, Stedelijk Museum.

Haarlem, Stichting Nederlands Foto- & Grafisch Centrum (Spaarnestad Fotoarchief).

Leiden, Prentenkabinet van de Rijksuniversiteit.

Auteursrechten

De auteursrechten op het fotografisch oeuvre van Maria Austria berusten bij het Maria Austria Instituut te Amsterdam.